Aglaia Bouma – Niets te verbergen

Niets te verbergen

Binnenkort verschijnt de roman Niets te verbergen van Aglaia Bouma. Een opmerkelijk en verontrustend boek over privacy, de manier waarop we daarmee omgaan en hoe het ons kwetsbaar maakt. Aglaia Bouma (1970) is behalve schrijver een emotionele rationalist, luchthartige pessimist, sociale einzelgänger, humanistisch misantroop, ondernemer en een vat vol. Haar roman De dwaling heeft positieve recensies ontvangen en de korte verhalen van haar hand gooien regelmatig hoge ogen bij wedstrijden. Zelfportret en Kort aangebonden werden gepubliceerd in cultureel en literair tijdschrift 'Schoon Schip'. Als goden in Frankrijk mocht ze voorlezen tijdens de presentatie van verhalenbundel Op de Franse toer waarin het verhaal is opgenomen. Ook een aantal andere verhalen werden gepubliceerd in bundels.

De personages die in haar fantasie ronddolen, probeert ze zo te beschrijven dat het resulterende verhaal nog een tijdje in het hoofd van de lezer blijft hangen. Want om u, beste lezer, gaat het!

Niets te verbergen wordt uitgegeven door uitgeverij Letterrijn uit Leidschendam

Prostituee Maud probeert zich staande te houden in het Nederland van de nabije toekomst, wanneer alle persoonlijke gegevens van mensen worden opgeslagen in een elektronisch burgerdossier. Dat betekent dat je geen echte privacy meer hebt en je vrijheid wordt beknot, maar het moet het leven ook een stuk gemakkelijker en veiliger maken.
Maud heeft er geen probleem mee dat overheid en bedrijfsleven bijna alles over haar weten. Zij heeft niets te verbergen en dus ook niets te vrezen. Of lijkt dat alleen maar zo?

Aglaia Bouma

Een paar reacties op het boek

Professor mr. dr.G.J. Zwenne, hoogleraar recht in de informatiemaatschappij

“De verhalen die waar zijn gebeurd boeien ons meer dan verhalen die zijn bedacht. En de verhalen die de indruk wekken te kunnen gebeuren, boeien ons nog veel meer. Het verhaal van Maud en Emilia is een geloofwaardige dystopie, een onaangename samenleving waarin we liever niet willen leven. Verontrustend is dat die onaangename samenleving vooral het gevolg lijkt te zijn van keuzes die waarschijnlijk zijn gemaakt met de allerbeste bedoelingen.” 

Hans de Zwart, directeur digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom

“Onze overheid knoopt alle data van burgers aan elkaar om zoveel mogelijk risico's te vermijden. Wijzelf geven zonder na te denken onze gegevens aan commerciële partijen op het internet. Bouma verkent in dit boek hoe onze maatschappij eruit kan zien als dit soort ontwikkelingen doorzetten en we schijnveiligheid belangrijker blijven vinden dan onze vrijheid.”

Linda Voortman, Tweede Kamerlid GroenLinks

“Dit boek leest als een trein en is humoristisch. Echt een aanrader voor alle burgers die hun privay achteloos te grabbel gooien en zeker ook voor die mensen die de komende jaren beslissisingen moeten nemen over de staat van onze rechtstaat en de relatie overheid-burger!” 

Brenno de Winter, expert op het gebied van informatiebeveiliging en privacy

“Aglaia heeft een roman geschreven waarin pijnlijk de gevoelige kant van het leven in een digitaal glazen huis inzichtelijk wordt gemaakt. Als het niet zo dicht bij de realiteit had gelegen dan was dit gewoon een mooi verhaal. Nu is het boek ook een confronterende maatschappelijke spiegel die ons wordt voorgehouden.” 

Ancilla Tilia

“Eindelijk een Nederlandstalige roman die het onderwerp privacy behandelt, door een blik te werpen op het leven van een kwetsbare en vaak gestigmatiseerde groep. Hier zit voor ons allen een les in.” 

Een fragment uit Niets te verbergen

Het mompelende geluid van de lessen Nederlands aan George waaide met vlaagjes de kamer in, waar ik tussen het vaste scherm en een oprolbare zat. Op het laatste stond de door de belastingdienst samengestelde aangifte inkomsten, die ik vergeleek met mijn eigen bestanden. Dit jaar hadden ze een groter bedrag aan contante verdiensten geschat dan de afgelopen jaren, op basis van het geld dat op mijn bankrekening was binnengekomen.
Ik liet het maar zo. Er gingen gruwelverhalen rond over mensen die bezwaar aantekenden, waarop de hele aangifte ongeldig werd en een medewerker van de belastingdienst bij ze thuis kwam om alles handmatig in te geven. Van elke waardevolle aankoop moest dan onderbouwd worden waarmee hij betaald was, met als gevolg dat geschatte contante geldstromen meestal hoger uitkwamen dan het oorspronkelijke bedrag. Niet dat ik iets te verbergen had, maar ik zag ook niet direct zitten dat zo’n belastinginspecteur in mijn werkkamer zou rondsnuffelen, mijn lingeriesetjes een voor een zou ophouden, door mijn condoomvoorraad zou graaien, grijnzend loerde naar mijn collectie speeltjes en hulpmiddelen, of tegen de dure seksbot zou aanlopen. Bewijs maar eens dat je die gekregen hebt.
Ik voerde het bedrag in dat Frederik me geschonken had bij “overige inkomsten, eenmalig” en voelde me belachelijk eerlijk. Heel even speelde ik met het idee het te verminderen met het extra geld dat ik voor Georges EBD had betaald, maar die wijziging zou misschien worden geregistreerd en dus vragen oproepen. Met mijn DNA-code keurde ik de aangifte goed en verstuurde hem, waarop ik de keuken in liep. De mompelende geluiden verstomden direct, maar daar was ik inmiddels wel aan gewend. Aan de irritante piep die de koelkast liet horen zou ik echter nooit wennen.
‘Wil jij de boodschappen afhandelen?’ vroeg ik Emilia met een knik naar het piepende apparaat. ‘Ik ben in de badkamer, even een sigaretje roken.’
De rookmelders in alle andere ruimtes van het huis waren nogal strak afgesteld en zouden elke vleug tabaksrook opmerken. Ik had ze onklaar kunnen maken, maar dat zou ten koste gaan van mijn veiligheid, dus had ik er al lang geleden een gewoonte van gemaakt de badkamer te gebruiken. De stoomafzuiger daar was krachtig genoeg.
Ik zat te kijken hoe de blauwige flarden er langzaam naartoe bewogen, uit elkaar getrokken werden en vaart kregen naarmate ze er dichterbij kwamen om als een wervelwind de afzuiger in te schieten en genoot met volle teugen van de nicotine die door mijn hoofd dwarrelde toen de bel ging. Snel drukte ik de sigaret uit, met een spijtig gevoel, want hij was nog niet eens half op. Ik wapperde een paar keer de lucht zo veel mogelijk naar de stoomafzuiger, zette hem uit, hopend dat de geur weg was en opende de deur van de badkamer. Emilia moest hebben opengedaan, want ik hoorde een mannenstem zeggen: ‘Wij komen voor uw zuster. Is zij aanwezig?’
‘Maud!’ riep mijn zus, harder dan nodig. ‘Kom eens uit bad! Er zijn hier mensen van burgerservice voor je!’ Daarna hoorde ik haar op normaler volume zeggen: ‘Ze komt er zo aan. De woonkamer is hier; gaat u daar maar even zitten. Wilt u koffie?’
Koffie? Waarom bood ze die mensen koffie aan? En wat kwamen ze nu weer doen? Zou Chris aangifte hebben gedaan?