Rachel Joyce – Het liefdeslied van Queenie

Het liefdeslied van Queenie. Een hartverwarmende en ontroerende roman over de vriendschap tussen twee oude mensen.

Het liefdeslied van Queenie

Rachel Joyce (Londen, 1962) begon haar carrière als actrice en speelde bij de Royal Shakespeare Company en het Royal National Theatre. Daarna werkte ze twintig jaar bij de radio, waarvoor ze hoorspelen en documentaires schreef. Ze woont in Gloucestershire met haar man en vier kinderen. De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry (The unlikely pelgrimage of Harold Frey) was haar eerste roman, waarvan de rechten al voor verschijnen aan dertig landen werden verkocht. Met dit boek verscheen ze in 2012 op de longlist van Man Booker Prize. Haar tweede boek De dag dat de tijd stil stond (Perfect) ontving eveneens lovende kritieken. Bij uitgeverij Cargo is haar derde roman verschenen onder de titel Het liefdeslied van Queenie (The love song of Miss Queenie Hennessy). Het is een vervolg op De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry, een roman waarin Queenie Hennessy vertelt waarom zij Harold Fry verliet zonder afscheid te nemen. Ik heb de eerste twee romans van Rachel Joyce gelezen en vond ze geweldig. Mijn verwachtingen voor dit nieuwe boek zijn hoog gespannen.

Korte inhoud

Wanneer Queenie Hennessy te horen krijgt dat Harold Fry dwars door Engeland loopt en op weg is naar háár, is ze verbijsterd. Ze had in haar brief uitgelegd dat ze ging sterven, en tijd om op hem te wachten heeft ze niet meer. Een vrijwilliger bij het hospice stelt voor dat ze Harold nog een brief schrijft, waarin ze alles aan hem vertelt. Waarom ze twintig jaar geleden verdween zonder vaarwel te zeggen. Hoe Harold haar leven heeft veranderd, en zij zonder dat hij het doorhad het zijne.

Een kort fragment

Vanochtend kreeg ik je brief. We zaten in de huiskamer voor onze ochtendactiviteiten. Iedereen zat te slapen.
Zuster Lucy, de jongste non die als vrijwilligster in het hospice werkt, vroeg of iemand haar met haar nieuwe puzzel wilde helpen. Niemand gaf antwoord. ‘Scrabble misschien?’ zei ze.
Niemand verroerde zich.

Een potje Muizenval dan?’ zei zuster Lucy. ‘Dat is zo’n leuk spel.’
Ik zat in een stoel aan het raam. Buiten zwiepten en huiverden de naaldbomen. Een enkele zeemeeuw balanceerde in de lucht.

Galgje?’ zei zuster Lucy. ‘Wie wil?’
Een patiënt knikte en zuster Lucy pakte papier. Tegen de tijd dat ze alles gereed had, potloden, een glas water en zo, was hij alweer ingedut.
Mijn leven is veranderd in het hospice. De kleuren, de geuren, hoe een dag voorbijgaat. Maar ik sluit mijn ogen en doe alsof de hitte van de radiator de zon is op mijn handen en de geur van de lunch is het zout in de lucht. Als ik de patiënten hoor hoesten is het gewoon de wind in mijn tuin aan de zee. Ik kan me van alles verbeelden, Harold, als ik mijn best doe.
Zuster Catherine stevende naar binnen met de ochtendbestelling.

Post!’ zei ze. Uit volle borst. ‘Kijk eens wat ik allemaal heb!’
O, o, o,’ deed iedereen en ging rechtop zitten.
Zuster Catherine overhandigde een aantal bruine, doorgestuurde enveloppen aan een Schot, bekend als meneer Henderson.
Er was een kaart voor de nieuwe jonge vrouw. (Ze is gisteren gekomen. Ik weet niet hoe ze heet.) Er is een grote man die koning Blingbling wordt genoemd en hij kreeg weer een pakje. Maar ik ben hier nu al een week en ik heb hem nog niet één pakje zien openmaken. Barbara, de blinde dame, kreeg een briefje van haar buurvrouw – zuster Catherine las het hardop voor – de lente is in aantocht, stond er. De luidruchtige vrouw die Finty heet opende een brief met de mededeling dat ze de kraslaag moest afkrabben om te ontdekken dat ze een opwindende prijs had gewonnen.

En Queenie, iets voor u.’ Zuster Catherine liep de kamer door terwijl ze een envelop voor zich uit hield. ‘U hoeft niet zo bang te kijken.’
Ik herkende jouw handschrift. Eén blik en mijn hart sloeg op hol. Prachtig, dacht ik. Twintig jaar laat de man niets van zich horen, dan stuurt hij een brief en bezorgt me een hartaanval.
Ik staarde naar het poststempel. Kingsbridge. Onmiddellijk zag ik het troebele blauwe water voor me, de bootjes die langs de kade aangemeerd lagen. Ik hoorde het water klotsen tegen de plastic boeien en de tuigage die tegen de masten klepperde. Ik durfde de envelop niet open te maken. Ik keek alleen maar en dacht terug.
Zuster Lucy kwam me te hulp. Ze duwde haar kinderlijke vinger onder de omslag en bewoog hem langs de vouw om de envelop open te scheuren.
‘Zal ik hem voorlezen, Queenie?’ Ik probeerde nee te zeggen, maar het nee kwam eruit als een grappig geluid dat ze verkeerd interpreteerde als ja.

Volg dit blog

Ontvang de laatste berichten in je brievenbus