Aglaia Bouma, een onthullend interview

Enige tijd geleden verscheen het boek Niets te verbergen van Aglaia Bouma. Een boek over een geruchtmakend onderwerp: hoe gaat de overheid om met de bescherming van onze privacy en welke rol speelt dit in het dagelijkse leven van de Nederlander. Tijd om de auteur eens nader te bevragen over dit onderwerp en een aantal andere zaken.

Kun je iets over jezelf vertellen?

Alweer 44 jaar loop ik nu op deze aardbol rond, waarvan bijna de helft in een heel oud en rustig Schevenings buurtje dat zich voor de meeste toeristen verborgen houdt.
In korte bio’s gebruik ik vaak de term “misantroop”, want ik word niet altijd even blij van de wijze waarop de mens in elkaar steekt. Maar omdat ik zelf tot de soort behoor begrijp ik individuele personen meestal ook wel weer, dus plak ik er het bijvoeglijk naamwoord “empathisch” voor.
Het zou kunnen dat mijn liefde voor zowel lezen als schrijven hieruit voortkomt: verhalen bieden aan de ene kant een aangename ontsnappingsmogelijkheid, en aan de andere kant stellen ze me in staat mensen aan allerlei gedachte-experimenten te onderwerpen, hun reacties in te voelen en er begrip voor te krijgen. Verder ben ik best aardig, hoor

Niets te verbergen gaat over een vrouw voor wie het beschermen van de eigen privacy niet de hoogste prioriteit heeft, met alle gevolgen van dien. Haar argument en ook het argument van velen anderen is dat zij niets te verbergen heeft en dus ook niets te vrezen. Hoe ben je op het idee gekomen over dit onderwerp een roman te schrijven?

Ik zou liever niet willen spreken van een argument, maar van een dogma. En dogma’s die zonder haperen of bewijsvoering geuit worden, bevatten vaak valse logica en moeten dus gewantrouwd worden. In het geval van “wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen” is onmiddellijk duidelijk dat het onwaar is – we dragen immers allemaal kleren en houden onze pincodes geheim. Juist die direct aanwijsbare onvolkomenheid maakte dat ik het gevoel kreeg dat er nog veel meer mee aan de hand was. Dat ben ik met het schrijven van dit verhaal gaan onderzoeken. Wat zijn de gevolgen als je eigenlijk geen privacy meer hebt? Op welke manieren laten mensen zich verleiden die privacy op te geven? Wat kan er misgaan als al je persoonlijke gegevens centraal zijn opgeslagen?
Het dogma “Wie niets te verbergen heeft, heeft ook niets te vrezen” suggereert dat het verwerpelijk is om iets te verbergen. In mijn boek wordt duidelijk dat dit op allerlei manieren een gevaarlijke illusie is.

Niets te verbergen

Het is de taak van de overheid te zorgen voor de veiligheid van haar onderdanen. Daartoe verzamelt ze o.a. informatie en die informatie mag niet in verkeerde handen vallen. Dat is een grote verantwoordelijkheid. Gaat volgens jou de overheid op de juiste manier met die verantwoordelijkheid om? Is de overheid te vertrouwen als het gaat om de bescherming van onze privacy?

Als antwoord op deze vragen kan ik een boek volschrijven, maar ik zal proberen het beperkt te houden.
Er zijn een aantal redenen waarom ik beide vragen helaas met “nee” moet beantwoorden. Om te beginnen mag je vraagtekens zetten bij de onstilbare datahonger die de overheid tentoonspreidt. Het is tot daaraantoe dat er met bijvoorbeeld camera’s op gevaarlijke plaatsen getracht wordt voor onze veiligheid te waken, maar weten welke studie ik gevolgd heb, hoeveel er op mijn spaarrekening staat, of waar mijn auto zich op zeker moment bevindt, draagt daar niet toe bij. Toch worden dit soort gegevens, en nog heel veel meer, massaal verzameld en opgeslagen, steeds vaker in systemen die aan elkaar gekoppeld zijn. In theorie zou de locatie van je auto nog als nuttige informatie gezien kunnen worden, want zo kun je wellicht achteraf vaststellen dat een verdachte (of in elk geval zijn voertuig) ten tijde van een misdrijf in de buurt was, maar waarom moet die 99,9% van de rest van de bevolking in de gaten gehouden moet

Het is tot daaraantoe dat er met bijvoorbeeld camera’s op gevaarlijke plaatsen getracht wordt voor onze veiligheid te waken, maar weten welke studie ik gevolgd heb, hoeveel er op mijn spaarrekening staat, of waar mijn auto zich op zeker moment bevindt, draagt daar niet toe bij.

worden om zoiets? Dat is niet alleen volkomen disproportioneel, het is ook niet hoe het hoort in een rechtstaat. Iedereen volgen, bijvoorbeeld aan de hand van trajectcontrolecamera’s of – waar momenteel proeven mee worden gedaan – chips in kentekens, betekent dat iedereen wordt gezien als potentiële crimineel. Een verdachte dus. En in dit land mag je pas worden aangemerkt als verdachte als daartoe een gegronde reden bestaat.
Kentekens noem ik niet voor niets, want die geven een goed voorbeeld van een ander bezwaar, namelijk het feit dat de overheid onze gegevens gebruikt voor iets anders dan waarvoor ze verzameld zijn, een verschijnsel dat function creep wordt genoemd. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van gegevens van de trajectcontroles – ook die van mensen die niet te hard reden – door de belastingdienst. Als je eroverheen stapt dat iedere automobilist op deze manier weer wordt gezien als verdachte, zou dit aangemerkt kunnen worden als iets goeds, want er wordt fraude mee ontdekt (wat overigens op geen enkele wijze bijdraagt aan vergroting van de veiligheid). Het probleem is alleen dat deze function creep ook op andere manieren de kop op kan steken. Je weet niet wie wat met je gegevens doet, nu of in de toekomst. Stel je eens voor dat iemand aan de macht komt die iets heeft tegen een bepaalde bevolkingsgroep?
Als laatste wil ik erop wijzen dat de informatie die de overheid over ons verzamelt niet in verkeerde handen kán vallen, maar erin zál vallen. Met bijvoorbeeld de ov-chipkaart die in minder dan geen tijd was gehackt en die dure, fraudegevoelige stemcomputers die niet gebruikt konden worden heeft de overheid aangetoond dat ze bepaald niet sterk is in het beveiligen van ICT-projecten. Voeg daarbij het feit dat zelfs uit de zwaarbeveiligde NSA documenten gelekt konden worden en je weet dat de ellende ons zal overspoelen. De vraag is alleen nog: wanneer?

Regelmatig verschijnen er verhalen in he nieuws over afluisterschandalen en als Snowden en Assange uit de school klappen schrikken we van de ernst van de situatie. Dit effect lijkt echter maar tijdelijk te zijn. Daarnaast lijkt veel van wat er gebeurt zich in het geheim af te spelen. Is er iets in beweging gezet dat niet meer te stoppen is? Met andere woorden: moeten we ons zorgen maken?

We moeten ons wel zorgen maken, maar ik hoop van harte dat de wereld zoals ik die in Niets te verbergen schets, af te wenden is. Wat daarvoor allereerst nodig is, is bewustwording. Hopelijk draagt mijn boek daaraan bij. Als ons veiligheid wordt beloofd, hebben we de neiging om ons in het coconnetje van het leven te nestelen en onze waakzaamheid te laten varen. Dat doen we ook als ons gemak of korting wordt voorgehouden.Zoals ik al zei: je weet niet wie wat met jouw persoonlijke gegevens doet – nu of in de toekomst. Als je dat eenmaal inziet, word je vanzelf voorzichtiger en dan kun je maatregelen nemen. Op www.niets-te-verbergen.nl/beschermjezelf.html staat een lijst van dingen die je zelf kunt doen. En natuurlijk is het verstandig niet meer te stemmen op politieke partijen die niets op hebben met onze privacy.

Aglaia Bouma

De Engelse schrijver R.J. Ellory is van mening dat er steeds minder aandacht is voor lezen en dan vooral onder jongeren. Zij zien de noodzaak om een boek te pakken en het ook werkelijk te lezen niet meer. Deel jij de mening? En als jongeren al gestimuleerd moeten worden om meer te gaan lezen bij wie zou je die taak dan willen neerleggen? Bij de ouders? Bij de scholen?

De meeste jongeren onder de zestien houden volgens mij best van lezen, mits ze dat is aangeleerd. Het is wel zo dat meisjes meer lezen, maar dat kan ook komen doordat er relatief weinig boeken zijn die jongens aanspreken. Een paar jaar geleden schreef ik het manuscript voor een jeugdboek waar een uitgever erg enthousiast over was. Die wilde graag met me in zee, maar dan moest ik wel de hoofdpersoon veranderen van een jongen in een meisje. Dat wilde ik niet. Het zou op een aantal punten de spanning uit het verhaal halen, maar belangrijker nog is dat ik van mening ben dat meisjes misschien wel boeken willen lezen met jongens in de hoofdrol, maar andersom niet. En ik wilde juist jongens niet uitsluiten, zeker niet als de reden daarvoor puur commercieel is. Het manuscript ligt dus nog steeds in een la.

Wat tieners en jonge twintigers me wel hebben verteld, is dat de middelbare school ervoor zorgt dat hun de leeslust vergaat. Dat begrijp ik eigenlijk wel. De literatuur die ik op het vwo vroeger verplicht moest lezen was bepaald geen stimulans, omdat ze mijn bevattingsvermogen toen, als tiener, nog ver te boven gingen. Natuurlijk is het belangrijk in aanraking te komen met klassiekers en die dieper te bespreken, maar het zelf doorgronden van zwaardere literaire teksten wordt volgens mij pas een echt plezierige bezigheid als je ouder bent (of een genie). Als die klassiekers klassikaal worden behandeld en de leeslijst werk toestaat dat wel een uitdaging is, maar behapbaar voor jonge hersenen, denk ik dat jongeren vanzelf meer zullen lezen en dat ook blijven doen.

Niets te verbergen is een roman waarin science fiction en thriller elementen voor komen. Met betrekking tot het het laatste: vind je dat het genre van het spannende boek genoeg gewaardeerd wordt in de literaire wereld? Connie Palmen sprak aan paar jaar geleden nogal badinerend over het thrillergenre. Ben je zelf van plan ooit een thriller te schrijven?

Het voordeel van genrewerk, zoals een thriller, is dat het houvast geeft aan zowel de lezer als de schrijver. En dat is ook gelijk het nadeel. Als je als schrijver moet voldoen aan bepaalde verwachtingen, en contemplatie of verdieping in strijd is met de conventie, raak je een hoop literaire vrijheid kwijt. In het geval van Niets te verbergen wordt er massaal over een metafoor heen gelezen – misschien juist wel doordat men die door de thriller- en SF-elementen helemaal niet verwacht.

Hoe ga je om met kritiek op je boeken en wat zou volgens jou de rol van een recensent moeten zijn?

Kritiek ontvangen is iets wat me nog altijd pas in tweede instantie lukt. Meestal moet ik even afstand nemen van mijn computer (en breekbare voorwerpen) door naar het strand te lopen om daar stampvoetend door het rulle zand te ploeteren, waarna de golfslag zijn rustgevende werk kan doen. Die fluistert me dan in dat de persoon die de kritiek heeft geleverd niet alleen de moeite heeft genomen mijn werk te lezen, maar er daarna ook nog tijd en energie aan besteedde om zijn of haar mening onder woorden te brengen. Wanneer mijn hartslag het ritme van de kabbelende zee heeft overgenomen, ga ik terug om de kritiek beter, en vooral rustiger, te lezen. Vaak blijkt dan dat ik iets kan leren van de manier waarop die persoon het werk heeft gelezen en dat de beoordeling voor het overgrote deel positief was.

Heel soms kan ik me ook in tweede instantie niet in commentaar vinden. Dan was dit boek eenvoudigweg niet geschikt voor die persoon. Ik denk dat hier een belangrijke rol is weggelegd voor recensenten. Zij maken een schifting in twee richtingen. Enerzijds helpen ze lezers een keuze te maken tussen de vele boeken in de wereld en anderzijds kunnen ze de juiste lezers naar een bepaald boek loodsen.

Er is de laatste jaren veel te doen over het illegaal downloaden van muziek, films, software en nu ook digitale boeken. Veel digitale boeken worden op het internet via diverse websites illegaal aangeboden en schrijvers missen daardoor inkomsten. Zie je dit al een grote bedreiging voor de toekomst van het boek?

Het is ongetwijfeld waar dat je als schrijver inkomsten derft door illegale download, maar dat is niet alleen maar negatief. Je kunt je afvragen of zo’n dief het boek anders wel had gekocht. Misschien niet. Misschien is het wel zo’n nauwelijks lezende jongere die niet veel geld heeft en het anders helemaal niet had gelezen. Misschien heeft hij het vervolgens wel aanbevolen aan kapitaalkrachtiger vrienden en familie. Ik heb zelfs mensen gesproken die alsnog een legale versie kochten als een boek ze echt aansprak, al zijn dat er niet veel.
Of deze gang van zaken de toekomst van het boek bedreigt, betwijfel ik. Schrijvers zullen nog minder dan nu in staat zijn te leven van hun passie, maar er zullen altijd schrijvers blijven, zoals er ook altijd lezers zullen zijn. De muziek- en filmindustrie bestaan toch ook nog?

Kun je iets vertellen over het volgende boek dat je gaat schrijven?

Heel veel kan en wil ik daar nog niet over vertellen, want het is nog lang niet af. Het is tot nu toe in elk geval een gelaagde roman aan het worden, waarin spanning, psychologisch inzicht en maatschappelijke relevantie een rol moeten krijgen. Voor mezelf heb ik de lat hoger gelegd dan bij Niets te verbergen, want het moet wel een uitdaging blijven. Als je me volgt op Twitter of Facebook, zul je vanzelf een idee krijgen van het thema van het volgende boek, want heel lang zal ik het niet meer stil kunnen houden.

Volg dit blog

Ontvang de laatste berichten in je brievenbus