Category Archives for interviews

Een interview met Liesbeth van Kempen

Enige tijd geleden verscheen Gevaarlijk spel, de debuutthriller van Liesbeth van Kempen. De thriller werd over het algemeen goed ontvangen. Tijd om Liesbeth van Kempen een aantal prikkelende vragen voor te leggen.

Kun je iets over jezelf vertellen?

Een geboren en getogen Amersfoortse keientrekker. Eenmaal uitgevlogen heb ik op diverse plaatsen in Nederland gewoond. Mijn credo: waar mijn huis staat is mijn thuis. Een jaar of vier geleden ben ik neergestreken in het rustige Friesland en dat bevalt me (tot nu toe) uitstekend.

De vijftig al gepasseerd en dat brengt mij op het volgende punt: hoe vat ik mijn leven kort samen? Ondoenlijk. Laten we het daarom houden op een bewogen leven dat mij heeft gevormd tot de vrouw die ik nu ben: veerkrachtig, idealistisch, eigenzinnig en altijd optimistisch.

Je was accountmanager, communicatietrainer en tekstschrijver. In deze beroepen is het schrijven van zakelijke teksten belangrijk. Het schrijven van een thriller is een ander metier. Hoe is die overstap bij jou gegaan?

Het was niet zozeer een overstap. Met name als freelance tekstschrijver was ik dagelijks bezig met het vertalen van een boodschap in woorden: verklaren, benoemen, uitleggen, aanspreken en uitnodigen tot doorlezen en/of kopen. Alhoewel ik het altijd als een uitdaging heb ervaren, voelde schrijven in opdracht ook als een beperking; creatief bezig zijn, maar dan wel binnen bepaalde kaders. Mede om die reden schreef ik ook in mijn vrije tijd, onder meer korte verhalen, columns en uiteindelijk dus ook een manuscript.

Je hebt in Gevaarlijk spel gekozen voor officieren van justitie als protagonisten. Er is weliswaar een rechercheur in het verhaal maar hij komt niet op de eerste plaats. Kun je iets vertellen over het ontstaan van het verhaal en hoe je op het idee gekomen bent Louise en Margot als hoofdpersonen te kiezen?

Het begint met een idee, dan ga ik achter mijn laptop zitten en begin te schrijven. Geen schema’s, geen vastomlijnde kaders of glasheldere personages, laat staan een plot. Louise, Margot en Suzan waren de vriendinnen die ik op een bepaald moment miste in mijn leven. Het voordeel van een beetje kunnen schrijven is dat je ze zelf kunt creëren, en het leek mij ook een leuk uitgangspunt: drie sterke vrouwen. Mijn toenmalige geliefde was werkzaam als juriste bij het OM en omdat ik destijds ergens had gelezen dat een debutant zich het beste kan bedienen van herkenbare zaken uit het eigen leven, koos ik ervoor om Louise en Margot officieren van justitie te laten zijn.

©Kersten van Dalen

Gevaarlijk spel is over het algemeen erg goed ontvangen. Heeft dat je verrast?

Ik heb me laten vertellen dat een manuscript niet zomaar uit de beruchte slush pile wordt geplukt. Daarna hebben mijn uitgever en ik er keihard aan gewerkt om een goed doortimmerde thriller klaar te stomen. En dan is het afwachten. Ik had geen idee wat ik kon verwachten en vond het eerlijk gezegd best wel een beetje eng. Want wat vindt men van iets dat in de krochten van mijn geest is ontsproten? Voor mijn gevoel kon het alle kanten op. Dus ja, ik ben blij verrast dat het zó goed ontvangen is!

Hoe ga je om met kritiek op je boeken en wat zou volgens jou de rol van een recensent moeten zijn?

Ondanks alle lovende woorden zijn er natuurlijk ook wat kritische kanttekeningen geweest. Dat doet in eerste instantie pijn, geef ik ruiterlijk toe. Het voelt toch als een soort van afwijzing, in het ergste geval van mij als persoon, maar sowieso van ‘mijn kindje’. Geen idee hoe ik me daarop had kunnen voorbereiden, er bestaat geen cursus ‘Debutant zijn, zo doe je dat!’. In eerste instantie werd ik er onzeker van, maar al vrij snel kon ik mezelf weer herpakken. Een mening is en blijft namelijk subjectief. Alleen goed onderbouwde en gemotiveerde kritiek neem ik serieus.

De rol van een recensent? Een integere criticaster die de schrijver (debutant) met zorg wil motiveren zich in een volgend boek te verbeteren. Of gewoon een enthousiasteling die stelt dat het boek goed is, punt, dat is ook erg fijn hoor, haha.

De hoofdpersonen in Gevaarlijk spel ontdekken gevoelens voor elkaar en er ontwikkelt zich een lesbische relatie. Dit is na het verschijnen van het boek door sommige recensenten en lezers expliciet genoemd. Hoe is het volgens jou gesteld met de emancipatie van homo’s en lesbiennes in Nederland? Is die emancipatie nog niet zo ver gevorderd dat een expliciete vermelding nog steeds nodig is?

Midden jaren zeventig was mijn coming out en sindsdien is er godzijdank wel het nodige gewonnen op het gebied van homo-emancipatie. Openheid, zichtbaarheid, het homohuwelijk, adoptie van kinderen, ik beschouw het allemaal als vooruitgang. Maar het wordt nog steeds gezien als een minderheid. Door wie eigenlijk? Men in het algemeen? Hetero’s? Waarom alles in een hokje willen plaatsen? Want bestaat er eigenlijk wel een meerderheid? Zo ja, waaruit bestaat die dan?

Anyway: een liefdesrelatie tussen twee vrouwen (of mannen) in een thriller blijkt nog steeds een expliciete vermelding uit te lokken, zelfs anno 2015. Ik heb Gevaarlijk spel geschreven vanuit mijn eigen belevings/gevoelswereld en er niet bij nagedacht dat het mede daardoor onderscheidend zou zijn binnen het grote thrilleraanbod in Nederland. Maar zeg nou zelf, welke schrijver wil dat niet…

De Engelse schrijver R.J. Ellory is van mening dat er steeds minder aandacht is voor lezen en dan vooral onder jongeren. Zij zien de noodzaak om een boek te pakken en het ook werkelijk te lezen niet meer. Deel jij die mening? En als jongeren al gestimuleerd moeten worden om meer te gaan lezen bij wie zou je die taak dan willen neerleggen? Bij de ouders? Bij de scholen?

Las de jeugd ‘vroeger’ dan wel of meer? Is daar destijds ook onderzoek naar gedaan? Ik hoef daarvoor alleen maar naar mezelf te kijken. Ik ben pas écht boeken gaan lezen toen ik op school niet meer onder de verplichte leeslijst uit kon. Ik denk dat het niet zo’n vaart zal lopen. Jongeren krijgen vandaag de dag zoveel meer (vluchtige) informatie te verwerken, dat ik me wel voor kan stellen dat hun aandacht versnipperd. Een goed boek kan dan een rustpunt zijn.

Het is aan de ouders om hun kinderen al van jongs af aan te motiveren. Aan de boeken ligt het niet. Er is een overvloed aan leuke en prachtige kinderboeken en kijk eens naar de gestage opkomst van YA thrillers! Binnen het onderwijs zou men bijvoorbeeld meer eigen inbreng v.w.b. de verplichte leeslijst kunnen toestaan. Lezen mag ook leuk zijn, toch?

Gevaarlijk spel

In het thrillergenre bestaan veel subgenres. Van het bedaarde verhalen vertellen van Arnaldur Indriðason tot de actiethrillers van David Baldacci en van de filosofische overdenkingen en somberheid van Henning Mankell tot de gruwelijke verhaallijnen van Corine Hartman. Al deze subgenres hebben een eigen publiek. Trek je een grens voor jezelf? Zijn er onderwerpen die in jouw boeken nooit zullen voorkomen?

In Gevaarlijk spel komt in zoverre geweld voor dat er wel eens iemand een klap op zijn hoofd krijgt of gekneveld wordt. Daar ligt voor mij wel de grens. Ik ben zelf niet zo’n fan van gruwelijke details, gewelddadige verkrachtingen of martelingen van mens, kind of dier.

Er wordt in literaire kringen in Nederland soms nogal badinerend over het thrillergenre gesproken. In bv. Engeland daarentegen is dit nauwelijks aan de orde. Vind je dat het genre van het spannende boek genoeg gewaardeerd wordt in Nederland?

In Nederland is het een van de best verkopende genres, dus door lezers wordt het spannende boek zeer gewaardeerd. Dat is voor mij het enige dat er toe doet. En dat badinerende toontje? Ach. De omschrijving van de Van Dale voor het woord literatuur is: letterkunst, kunst van lezen en schrijven. I rest my case.

Er is de laatste tijd veel te doen over het illegaal downloaden van muziek, films, software en nu ook digitale boeken. Veel digitale boeken worden op het internet via diverse websites illegaal aangeboden en schrijvers missen daardoor inkomsten. Zie je dit als een grote bedreiging voor de toekomst van boeken?

Als schrijver wil je gelezen worden, dat is het voornaamste. In Nederland kan slechts een handvol schrijvers leven van de opbrengst van hun boeken, het zijn daarom meer de uitgevers die er last van hebben, lijkt mij. Het is aan hen deze criminaliteit ferm en creatief aan te pakken, in samenwerking met de overheid. Ik kan me overigens niet voorstellen dat het bestaansrecht van boeken afhangt van wel of niet illegaal downloaden, kijk ter vergelijking naar de muziek- en filmindustrie, die bestaan ook nog steeds.

Kun je iets vertellen over het volgende boek dat je gaat schrijven?

Ik zou graag verder gaan met de hoofdpersonages uit Gevaarlijk spel en daar heb ik ook al ideeën over, maar die spelen zich nog voornamelijk af in mijn hoofd. Het wordt tijd dat ik daar echt serieus mee aan de slag ga en al schrijvende zal dan blijken of ze nog een tijdje bij me blijven.

Aglaia Bouma, een onthullend interview

Enige tijd geleden verscheen het boek Niets te verbergen van Aglaia Bouma. Een boek over een geruchtmakend onderwerp: hoe gaat de overheid om met de bescherming van onze privacy en welke rol speelt dit in het dagelijkse leven van de Nederlander. Tijd om de auteur eens nader te bevragen over dit onderwerp en een aantal andere zaken.

Kun je iets over jezelf vertellen?

Alweer 44 jaar loop ik nu op deze aardbol rond, waarvan bijna de helft in een heel oud en rustig Schevenings buurtje dat zich voor de meeste toeristen verborgen houdt.
In korte bio’s gebruik ik vaak de term “misantroop”, want ik word niet altijd even blij van de wijze waarop de mens in elkaar steekt. Maar omdat ik zelf tot de soort behoor begrijp ik individuele personen meestal ook wel weer, dus plak ik er het bijvoeglijk naamwoord “empathisch” voor.
Het zou kunnen dat mijn liefde voor zowel lezen als schrijven hieruit voortkomt: verhalen bieden aan de ene kant een aangename ontsnappingsmogelijkheid, en aan de andere kant stellen ze me in staat mensen aan allerlei gedachte-experimenten te onderwerpen, hun reacties in te voelen en er begrip voor te krijgen. Verder ben ik best aardig, hoor

Niets te verbergen gaat over een vrouw voor wie het beschermen van de eigen privacy niet de hoogste prioriteit heeft, met alle gevolgen van dien. Haar argument en ook het argument van velen anderen is dat zij niets te verbergen heeft en dus ook niets te vrezen. Hoe ben je op het idee gekomen over dit onderwerp een roman te schrijven?

Ik zou liever niet willen spreken van een argument, maar van een dogma. En dogma’s die zonder haperen of bewijsvoering geuit worden, bevatten vaak valse logica en moeten dus gewantrouwd worden. In het geval van “wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen” is onmiddellijk duidelijk dat het onwaar is – we dragen immers allemaal kleren en houden onze pincodes geheim. Juist die direct aanwijsbare onvolkomenheid maakte dat ik het gevoel kreeg dat er nog veel meer mee aan de hand was. Dat ben ik met het schrijven van dit verhaal gaan onderzoeken. Wat zijn de gevolgen als je eigenlijk geen privacy meer hebt? Op welke manieren laten mensen zich verleiden die privacy op te geven? Wat kan er misgaan als al je persoonlijke gegevens centraal zijn opgeslagen?
Het dogma “Wie niets te verbergen heeft, heeft ook niets te vrezen” suggereert dat het verwerpelijk is om iets te verbergen. In mijn boek wordt duidelijk dat dit op allerlei manieren een gevaarlijke illusie is.

Niets te verbergen

Het is de taak van de overheid te zorgen voor de veiligheid van haar onderdanen. Daartoe verzamelt ze o.a. informatie en die informatie mag niet in verkeerde handen vallen. Dat is een grote verantwoordelijkheid. Gaat volgens jou de overheid op de juiste manier met die verantwoordelijkheid om? Is de overheid te vertrouwen als het gaat om de bescherming van onze privacy?

Als antwoord op deze vragen kan ik een boek volschrijven, maar ik zal proberen het beperkt te houden.
Er zijn een aantal redenen waarom ik beide vragen helaas met “nee” moet beantwoorden. Om te beginnen mag je vraagtekens zetten bij de onstilbare datahonger die de overheid tentoonspreidt. Het is tot daaraantoe dat er met bijvoorbeeld camera’s op gevaarlijke plaatsen getracht wordt voor onze veiligheid te waken, maar weten welke studie ik gevolgd heb, hoeveel er op mijn spaarrekening staat, of waar mijn auto zich op zeker moment bevindt, draagt daar niet toe bij. Toch worden dit soort gegevens, en nog heel veel meer, massaal verzameld en opgeslagen, steeds vaker in systemen die aan elkaar gekoppeld zijn. In theorie zou de locatie van je auto nog als nuttige informatie gezien kunnen worden, want zo kun je wellicht achteraf vaststellen dat een verdachte (of in elk geval zijn voertuig) ten tijde van een misdrijf in de buurt was, maar waarom moet die 99,9% van de rest van de bevolking in de gaten gehouden moet

Het is tot daaraantoe dat er met bijvoorbeeld camera’s op gevaarlijke plaatsen getracht wordt voor onze veiligheid te waken, maar weten welke studie ik gevolgd heb, hoeveel er op mijn spaarrekening staat, of waar mijn auto zich op zeker moment bevindt, draagt daar niet toe bij.

worden om zoiets? Dat is niet alleen volkomen disproportioneel, het is ook niet hoe het hoort in een rechtstaat. Iedereen volgen, bijvoorbeeld aan de hand van trajectcontrolecamera’s of – waar momenteel proeven mee worden gedaan – chips in kentekens, betekent dat iedereen wordt gezien als potentiële crimineel. Een verdachte dus. En in dit land mag je pas worden aangemerkt als verdachte als daartoe een gegronde reden bestaat.
Kentekens noem ik niet voor niets, want die geven een goed voorbeeld van een ander bezwaar, namelijk het feit dat de overheid onze gegevens gebruikt voor iets anders dan waarvoor ze verzameld zijn, een verschijnsel dat function creep wordt genoemd. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van gegevens van de trajectcontroles – ook die van mensen die niet te hard reden – door de belastingdienst. Als je eroverheen stapt dat iedere automobilist op deze manier weer wordt gezien als verdachte, zou dit aangemerkt kunnen worden als iets goeds, want er wordt fraude mee ontdekt (wat overigens op geen enkele wijze bijdraagt aan vergroting van de veiligheid). Het probleem is alleen dat deze function creep ook op andere manieren de kop op kan steken. Je weet niet wie wat met je gegevens doet, nu of in de toekomst. Stel je eens voor dat iemand aan de macht komt die iets heeft tegen een bepaalde bevolkingsgroep?
Als laatste wil ik erop wijzen dat de informatie die de overheid over ons verzamelt niet in verkeerde handen kán vallen, maar erin zál vallen. Met bijvoorbeeld de ov-chipkaart die in minder dan geen tijd was gehackt en die dure, fraudegevoelige stemcomputers die niet gebruikt konden worden heeft de overheid aangetoond dat ze bepaald niet sterk is in het beveiligen van ICT-projecten. Voeg daarbij het feit dat zelfs uit de zwaarbeveiligde NSA documenten gelekt konden worden en je weet dat de ellende ons zal overspoelen. De vraag is alleen nog: wanneer?

Regelmatig verschijnen er verhalen in he nieuws over afluisterschandalen en als Snowden en Assange uit de school klappen schrikken we van de ernst van de situatie. Dit effect lijkt echter maar tijdelijk te zijn. Daarnaast lijkt veel van wat er gebeurt zich in het geheim af te spelen. Is er iets in beweging gezet dat niet meer te stoppen is? Met andere woorden: moeten we ons zorgen maken?

We moeten ons wel zorgen maken, maar ik hoop van harte dat de wereld zoals ik die in Niets te verbergen schets, af te wenden is. Wat daarvoor allereerst nodig is, is bewustwording. Hopelijk draagt mijn boek daaraan bij. Als ons veiligheid wordt beloofd, hebben we de neiging om ons in het coconnetje van het leven te nestelen en onze waakzaamheid te laten varen. Dat doen we ook als ons gemak of korting wordt voorgehouden.Zoals ik al zei: je weet niet wie wat met jouw persoonlijke gegevens doet – nu of in de toekomst. Als je dat eenmaal inziet, word je vanzelf voorzichtiger en dan kun je maatregelen nemen. Op www.niets-te-verbergen.nl/beschermjezelf.html staat een lijst van dingen die je zelf kunt doen. En natuurlijk is het verstandig niet meer te stemmen op politieke partijen die niets op hebben met onze privacy.

Aglaia Bouma

De Engelse schrijver R.J. Ellory is van mening dat er steeds minder aandacht is voor lezen en dan vooral onder jongeren. Zij zien de noodzaak om een boek te pakken en het ook werkelijk te lezen niet meer. Deel jij de mening? En als jongeren al gestimuleerd moeten worden om meer te gaan lezen bij wie zou je die taak dan willen neerleggen? Bij de ouders? Bij de scholen?

De meeste jongeren onder de zestien houden volgens mij best van lezen, mits ze dat is aangeleerd. Het is wel zo dat meisjes meer lezen, maar dat kan ook komen doordat er relatief weinig boeken zijn die jongens aanspreken. Een paar jaar geleden schreef ik het manuscript voor een jeugdboek waar een uitgever erg enthousiast over was. Die wilde graag met me in zee, maar dan moest ik wel de hoofdpersoon veranderen van een jongen in een meisje. Dat wilde ik niet. Het zou op een aantal punten de spanning uit het verhaal halen, maar belangrijker nog is dat ik van mening ben dat meisjes misschien wel boeken willen lezen met jongens in de hoofdrol, maar andersom niet. En ik wilde juist jongens niet uitsluiten, zeker niet als de reden daarvoor puur commercieel is. Het manuscript ligt dus nog steeds in een la.

Wat tieners en jonge twintigers me wel hebben verteld, is dat de middelbare school ervoor zorgt dat hun de leeslust vergaat. Dat begrijp ik eigenlijk wel. De literatuur die ik op het vwo vroeger verplicht moest lezen was bepaald geen stimulans, omdat ze mijn bevattingsvermogen toen, als tiener, nog ver te boven gingen. Natuurlijk is het belangrijk in aanraking te komen met klassiekers en die dieper te bespreken, maar het zelf doorgronden van zwaardere literaire teksten wordt volgens mij pas een echt plezierige bezigheid als je ouder bent (of een genie). Als die klassiekers klassikaal worden behandeld en de leeslijst werk toestaat dat wel een uitdaging is, maar behapbaar voor jonge hersenen, denk ik dat jongeren vanzelf meer zullen lezen en dat ook blijven doen.

Niets te verbergen is een roman waarin science fiction en thriller elementen voor komen. Met betrekking tot het het laatste: vind je dat het genre van het spannende boek genoeg gewaardeerd wordt in de literaire wereld? Connie Palmen sprak aan paar jaar geleden nogal badinerend over het thrillergenre. Ben je zelf van plan ooit een thriller te schrijven?

Het voordeel van genrewerk, zoals een thriller, is dat het houvast geeft aan zowel de lezer als de schrijver. En dat is ook gelijk het nadeel. Als je als schrijver moet voldoen aan bepaalde verwachtingen, en contemplatie of verdieping in strijd is met de conventie, raak je een hoop literaire vrijheid kwijt. In het geval van Niets te verbergen wordt er massaal over een metafoor heen gelezen – misschien juist wel doordat men die door de thriller- en SF-elementen helemaal niet verwacht.

Hoe ga je om met kritiek op je boeken en wat zou volgens jou de rol van een recensent moeten zijn?

Kritiek ontvangen is iets wat me nog altijd pas in tweede instantie lukt. Meestal moet ik even afstand nemen van mijn computer (en breekbare voorwerpen) door naar het strand te lopen om daar stampvoetend door het rulle zand te ploeteren, waarna de golfslag zijn rustgevende werk kan doen. Die fluistert me dan in dat de persoon die de kritiek heeft geleverd niet alleen de moeite heeft genomen mijn werk te lezen, maar er daarna ook nog tijd en energie aan besteedde om zijn of haar mening onder woorden te brengen. Wanneer mijn hartslag het ritme van de kabbelende zee heeft overgenomen, ga ik terug om de kritiek beter, en vooral rustiger, te lezen. Vaak blijkt dan dat ik iets kan leren van de manier waarop die persoon het werk heeft gelezen en dat de beoordeling voor het overgrote deel positief was.

Heel soms kan ik me ook in tweede instantie niet in commentaar vinden. Dan was dit boek eenvoudigweg niet geschikt voor die persoon. Ik denk dat hier een belangrijke rol is weggelegd voor recensenten. Zij maken een schifting in twee richtingen. Enerzijds helpen ze lezers een keuze te maken tussen de vele boeken in de wereld en anderzijds kunnen ze de juiste lezers naar een bepaald boek loodsen.

Er is de laatste jaren veel te doen over het illegaal downloaden van muziek, films, software en nu ook digitale boeken. Veel digitale boeken worden op het internet via diverse websites illegaal aangeboden en schrijvers missen daardoor inkomsten. Zie je dit al een grote bedreiging voor de toekomst van het boek?

Het is ongetwijfeld waar dat je als schrijver inkomsten derft door illegale download, maar dat is niet alleen maar negatief. Je kunt je afvragen of zo’n dief het boek anders wel had gekocht. Misschien niet. Misschien is het wel zo’n nauwelijks lezende jongere die niet veel geld heeft en het anders helemaal niet had gelezen. Misschien heeft hij het vervolgens wel aanbevolen aan kapitaalkrachtiger vrienden en familie. Ik heb zelfs mensen gesproken die alsnog een legale versie kochten als een boek ze echt aansprak, al zijn dat er niet veel.
Of deze gang van zaken de toekomst van het boek bedreigt, betwijfel ik. Schrijvers zullen nog minder dan nu in staat zijn te leven van hun passie, maar er zullen altijd schrijvers blijven, zoals er ook altijd lezers zullen zijn. De muziek- en filmindustrie bestaan toch ook nog?

Kun je iets vertellen over het volgende boek dat je gaat schrijven?

Heel veel kan en wil ik daar nog niet over vertellen, want het is nog lang niet af. Het is tot nu toe in elk geval een gelaagde roman aan het worden, waarin spanning, psychologisch inzicht en maatschappelijke relevantie een rol moeten krijgen. Voor mezelf heb ik de lat hoger gelegd dan bij Niets te verbergen, want het moet wel een uitdaging blijven. Als je me volgt op Twitter of Facebook, zul je vanzelf een idee krijgen van het thema van het volgende boek, want heel lang zal ik het niet meer stil kunnen houden.

Interview met Marlen Beek-Visser

Je hebt na je studie economie voornamelijk zakelijk teksten geschreven en bent daarna overgestapt op korte verhalen. Je eerste boek Stem! is een thriller. Waarom ben je gaan schrijven en waarom een thriller?

In mijn eerdere functie -als medewerker pr en communicatie schreef- ik voor mijn werk veel zakelijke teksten, maar pas enkele jaren geleden ben ik begonnen met creatief schrijven. Het was mijn dochter die mij inspireerde: toen zij een jaar of 11 was, schreef ze bijna dagelijks verhalen. En goed ook! Ze wilde zelfs een boek schrijven. Ik moedigde haar aan, maar na 80 pagina’s gooide ze het document zonder pardon weg. Control-alt-delete. Doodzonde. Toen dacht ik, als ik het zo leuk en belangrijk vind, waarom ga ik het dan zelf niet doen? Het werd een thriller, omdat ik een boek wilde schrijven dat lezers niet kunnen wegleggen. Dat leek me makkelijker met een spannend verhaal. Aan de reacties van lezers te horen is dat gelukt! Bovendien past een thriller op dit moment beter bij mijn schrijfstijl: ik hanteer korte hoofdstukken, schrijf direct en met veel vaart.

Kun je iets vertellen over hoe je op het idee gekomen bent over talentenjachten te schrijven?

Ik zocht een onderwerp voor een kort verhaal en stuitte al surfend over internet op een filmpje op Youtube. Daar zag ik ene Zoe Alexander, die meedeed aan de Britse X-factor. Ze zong een nummer van Pink. Haar optreden zag er gelikt uit, maar ze had geen eigen geluid, geen eigen stem. Ze was feitelijk een kopie van Pink. Zelf was ze er echter van overtuigd dat ze een geweldige performance had neergezet. Toen de juryleden haar kritiek gaven, gebeurde er iets met haar: haar gezicht verstrakte, haar blik werd leeg en ze begon te vloeken. Vervolgens smeet ze haar microfoon op het podium en sloeg de camera’s weg. Op dat moment dacht ik, hier zit een hele wereld achter. Waarom is het zo belangrijk voor haar? Wat ging hieraan vooraf? Daarover gaat Stem!. De ondertitel is dan ook: 'als deelname aan een talentenjacht een obsessie wordt'.

De onderliggende boodschap van Stem! is een enigszins kritische kanttekening naar de maakbaarheid van succes en wat dat doet met kwetsbare mensen.

Stem!

Je hebt voor Stem! heel veel research gedaan. Je leest regelmatig commentaren dat dit soort televisieprogramma's alleen maar wordt gemaakt ter meerdere eer en glorie van de juryleden waarbij het eigenlijke doel, het vinden van talent ondergesneeuwd raakt. En daarnaast ook dat dergelijke programma's leiden tot vervlakking. Een soort van brood en spelen van de 21ste eeuw waarbij normen en waarden in hoog tempo lijken te vervagen. Wat vind je van die kritiek?

Ik ben het daar wel mee eens. Ik houd ervan als mensen mooi kunnen zingen en dat is de reden dat ik wel eens naar een programma als The Voice kijk. Maar het commerciële circus eromheen dient natuurlijk maar één doel: geld verdienen. Daarom wordt er vrijwel niets aan het toeval overgelaten bij dit soort programma’s. Voor kandidaten die stevig in hun schoenen staan is het een mooi podium om bij een groot publiek in beeld te komen. Aan de andere kant is er ook sprake van vergankelijkheid. Het publiek is geen blijvende fan van jou, maar fan van het programma. Een volgend seizoen wordt een nieuw blik kandidaten opengetrokken en zijn ze jou vergeten. En voor kwetsbare deelnemers, die niet goed met afwijzing kunnen omgaan, is het maar de vraag of zij bestand zijn tegen de enorme druk.

De onderliggende boodschap van Stem! is daarom een enigszins kritische kanttekening naar de maakbaarheid van succes en wat dat doet met kwetsbare mensen.

De Engelse schrijver R.J. Ellory is van mening dat er steeds minder aandacht is voor lezen en dan vooral onder jongeren. Zij zien de noodzaak om een boek te pakken en het ook werkelijk te lezen niet meer. Deel jij de mening? En als jongeren al gestimuleerd moeten worden om meer te gaan lezen bij wie zou je die taak dan willen neerleggen? Bij de ouders? Bij de scholen?

Men zegt dat jongeren meer lezen dan voorheen, als je meetelt hoe vaak ze geschreven tekst tot zich nemen via smartphone en tablet. Ze krijgen veel meer informatie tot zich dan vroeger, maar wel vele malen vluchtiger. Natuurlijk vind ik dat als schrijver en lezer jammer, maar het is naïef om te denken dat het tij te keren is. Ik vind dat ouders in eerste instantie een voorbeeldfunctie hebben als het om lezen gaat. Praat ook over de boeken die je leest met je tieners. En scholen moeten meer dan vroeger laten zien dat lezen leuk is, bijvoorbeeld door het interactiever te maken, beelden af te wisselen met tekst, schrijvers uit te nodigen, etc.

In het thrillergenre bestaan veel subgenres. Van het bedaarde verhalen vertellen van Arnaldur Indriðason tot de actiethrillers van David Baldacci en van de filosofische overdenkingen en somberheid van Henning Mankell tot de gruwelijke verhaallijnenvan Corine Hartman. Al deze subgenres hebben een eigen publiek. Trek je een grens voor je zelf? Zijn er onderwerpen die in jouw boeken nooit zullen voorkomen?

Ik werk als manager bedrijfsvoering op het hoofdkantoor van een kinderopvangorganisatie. Zeker zolang ik hier werk ben ik extra voorzichtig als het gaat om kinderleed en zal ik de kinderopvang niet als setting voor een thriller gebruiken. Dat ligt gevoelig en voelt voor mij niet goed, ondanks het feit dat ik bij een zeer betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige organisatie werk.

Marlen Beek-Visser

Vind je dat het genre van het spannende boek genoeg gewaardeerd wordt in de literaire wereld? Connie Palmen sprak aan paar jaar geleden nogal badinerend over het thrillergenre.

Ik vind dat het genre niet altijd serieus wordt genomen. Het is jammer dat bepaalde kranten nauwelijks thrillers recenseren . Aan de andere kant moeten we als thrillerauteurs ook niet te veel piepen hierover. Tenslotte is het thrillergenre het meest verkochte genre, dus het lezend publiek spreekt zich daarmee voldoende uit, lijkt me.

Hoe ga je om met kritiek op je boeken en wat zou volgens jou de rol van een recensent moeten zijn?

Ik ben niet zo snel van mijn stuk te brengen en kan goed omgaan met kritiek. Bovendien verplaats ik me makkelijk in anderen, dus ik kan op zo’n moment ook nog begrijpen hoe een kritische recensent redeneert. Gelukkig heb ik vrijwel alleen maar positieve reacties gehad op Stem!, dus die ene kritische noot mag er zijn.
Een recensent moet in mijn ogen de rol van criticaster blijven vervullen, maar dat is iets anders dan een auteur helemaal de grond in boren. C’est le ton qui fait la musique.

Er is de laatste jaren veel te doen over het illegaal downloaden van muziek, films, software en nu ook digitale boeken. Veel digitale boeken worden op het internet via diverse websites illegaal aangeboden en schrijvers missen daardoor inkomsten. Zie je dit al een grote bedreiging voor de toekomst van het boek?

Ik ben zelf nog altijd liefhebber van het papieren boek. In dat opzicht ben ik blij dat ik nu debuteer, want ik wilde graag dat kaftje om mijn manuscript heen en ik heb geen idee hoe de wereld er over een aantal jaar uitziet op dat vlak. Bovendien, een e-book signeert wat lastig. Voor schrijvers die van hun werk moeten leven is het wrang dat zij inkomsten mislopen door illegale downloads. In de muziekwereld, waar dit al langer speelt, hebben artiesten andere verdienmodellen gevonden. Het vraagt inventiviteit van uitgevers en schrijvers om daar iets op te vinden.

Kun je iets vertellen over het volgende boek dat je gaat schrijven?

Ik kan daar in dit stadium nog niet veel over zeggen. Ik heb een verhaallijn en een aantal personages op papier staan, en enkele hoofdstukken geschreven, maar het plot moet zich eerst nog wat steviger vastzetten in mijn hoofd. Ik kom erop terug!


Ontmoeting met schrijver Eva Jansen Manenschijn

De Tekstsmederij laat een nieuwe generatie toneelschrijvers & regisseurs aantreden. Een van hen is mijn uiterst getalenteerde nicht Eva Jansen Manenschijn. De Tekstsmederij had een ontmoeting met haar en het resultaat daarvan kun je hieronder lezen.

Eva Jansen Maneschijn

Hoi. Jij bent Eva Jansen Manenschijn?

Dat klopt.

Je bent zomer 2014 afgestudeerd aan de HKU schrijfopleiding en werkt sindsdien als toneelschrijver, dramaturgie assistent en regieassistent. Hoe beïnvloeden die verschillende dingen elkaar?

De dramaturgie en regieassistentie zijn erg belangrijk voor me. Ik geloof namelijk dat een toneelschrijver zich er altijd bewust van moet zijn dat hij/zij onderdeel uitmaakt van een veel groter project. Ik vertrouw erg op samenwerking en ik geloof dat meerdere mensen elkaar vanuit meerdere perspectieven en disciplines kunnen verrijken. Ik leer via regieassistentes hoe acteurs en regisseurs met teksten omgaan. Ze stellen andere vragen dan een schrijver. Ik neem hun invalshoeken nu mee in mijn schrijfproces. Ook mijn functie als dramaturg geeft me inzicht in verschillende soorten stukken, structuren en maakprocessen. De praktijkervaring helpt me een gevoel voor theatraliteit te ontwikkelen. En wendbaarheid! Een tekst is niet zomaar af bij de eerste lezing. Het is schrappen en herschrijven tot het bittere eind. Ik leer daar van te houden.

Je afstudeerwerk was een monoloog. Bij ons werk je aan een stuk waarin je een soort kaalheid zoekt. Vertel.

Ik vraag me altijd al af wie de mens is zonder zijn context, functies… zijn spullen. We zijn zo gecultiveerd en kunnen onze identiteit opbouwen aan de hand van onze omgeving. Wij geloven in de beschaving en onze ratio waarmee we ons kunnen distantiëren van dierlijke verlangens en instincten. Maar wat als de mens uit zijn context wordt gerukt? Als de omgeving geen houvast biedt en er geen directe reden is om te spreken, omdat er geen impulsen van buitenaf komen?

In mijn afstudeermonoloog heb ik daarom een steriele ruimte gebruikt, zodat de vrouw zich nergens aan vast kon klampen. In de stiltes zoekt de vrouw naar een identiteit, een uitingsvorm.

Waar baseer je je eigen identiteit dan op? In mijn afstudeermonoloog heb ik daarom een steriele ruimte gebruikt, zodat de vrouw zich nergens aan vast kon klampen. In de stiltes zoekt de vrouw naar een identiteit, een uitingsvorm. Ik heb de kaalheid opnieuw ingezet voor deze dialoog. Ik wilde dat de onherbergzame omgeving de twee mensen niet zou kunnen afleiden van elkaar. Ze moeten op zoek naar hun wezenlijke identiteit en hun wezenlijk samenzijn. De stilte moet aangeven hoe eenzaam de mens is in zichzelf. Andere kant is stilte en kaalheid misschien precies wat we nodig hebben. Kunnen we onszelf dan pas echt erkennen.

Eva Jansen Maneschijn

Ongeveer een maand geleden kwamen jij en Dorike (van Genderen, regisseur) voor het eerst bij elkaar. Zij komt uit het muziektheater. Beïnvloedt dat jou tijdens het schrijven?

Dorike stimuleert me om op zoek te gaan naar stiltes en ritme. Ze zoekt meer naar een muzikale en zelfs fysieke spanning, dan dat ze op zoek is naar een dramatische lijn die het stuk doet ontwikkelen. Ze laat me vrij experimenteren met herhaling en korte zinnen. Voor mij geeft dat vertrouwen. Ik leer dat er ook andere manieren zijn om spanning op te zoeken, een meer theatrale spanning dan een dramatische. Zij is daar niet bang voor. Dat is mooi om te merken.

9 december gaan jij en Dorike over de eerste aanzet voor de tekst in gesprek met publiek bij De Tekstsmederij. Wat wil je uit dat gesprek halen?

Voor mij zijn nu deze eerste impulsen van het publiek belangrijk. Waar gaat de tekst voor hen over? Waar werden ze geraakt? Waar raakten ze het kwijt? We, Dorike en ik, experimenteren met de leegte, met de eindeloosheid, maar ik ben benieuwd of dat werkt. Uiteindelijk gaat het er voor mij om dat het een eerlijk gesprek is, waarin we erachter komen welk aspect in de tekst genoeg aanspreekt om op door te gaan. Of dat nu gaat om het thema, de vorm of de inhoud. Ook ben ik heel benieuwd hoe mensen deze tekst voor zich zien op het toneel.

Nog een inspiratiebron die je wilt delen?

Voor deze tekst heb ik veel Bernard - Marie Koltès gelezen. De eenzaamheid van de katoenvelden is qua thematiek erg belangrijk voor me. Ook Marguerite Duras geeft me zin om te schrijven. Ik heb veel afgekeken uit Agatha. Aan mijn muur hangen nu afbeeldingen van Gerhard Richter (Ema) en Edvard Munch (Jaloezie). Misschien neem ik ze 9 december wel mee.

Wil je Eva Jansen Manenschijn en Dorike van Genderen ontmoeten dan kan dat. Op 9 december, in Theater Bellevue in Amsterdam. Mét vers gemaakte glühwein en een fijn gesprek onder leiding van Timen Jan Veenstra. De toegang is gratis. Wel even reserveren via Theater Bellevue: 020-5305301020-5305301.

Bron: De Tekstsmederij

Bianca Nederlof – een interview met een veelzijdige vrouw

Bianca Nederlof

Kun je iets over jezelf vertellen?

Samen met mijn man woon ik in een fijn huisje in Papendrecht. We hebben nog wel een huisgenoot; een merkwaardige kat die we nooit een naam hebben gegeven. Sportief ben ik niet echt. Bij goed weer wil ik nog weleens de fiets pakken voor korte stukjes, en als ik vastzit met een verhaal dan leen ik een hond van iemand om mee te wandelen en na te denken over hoe het verder moet. Dat werkt prima. Echt bijzondere hobby’s heb ik ook niet. Schrijven is als hobby begonnen, maar dat zou ik nu zo niet meer willen noemen. Het is ook lang niet altijd leuk. Het valt misschien ergens in een grijs gebied tussen ‘serieuze hobby’ en ‘werk’.

Lezen heb ik altijd heel veel gedaan, maar het wordt voor mij steeds lastiger de redacteur in mezelf uit te schakelen en ‘gewoon’ een boek te lezen puur voor de ontspanning. Sinds een tijdje heb ik de kleurboeken voor volwassenen ontdekt. Heerlijk is dat. Me even ergens op concentreren, terwijl ik tegelijkertijd mijn gedachten op de vrije loop kan laten gaan. En verder kijk ik graag films, series en documentaires.

Ik ben dol op spelfouten verbeteren. Toen ik als kind al tienen voor mijn dictees haalde, had ik nog geen idee dat ik daarmee geld zou kunnen verdienen. Nu werk ik als corrector voor een aantal uitgeverijen en het is het leukste werk wat ik ooit gedaan heb. Daarnaast werk ik ook als redacteur voor particulieren. Het geeft me veel voldoening om andere schrijvers te kunnen helpen met hun manuscripten en de verhalen te zien groeien na wat aanwijzingen en tips van mijn kant.

Verder werk ik ook nog twee dagen per week als beleidsmedewerker bij Syndion, een stichting voor mensen met een handicap. Tien jaar geleden ben ik daar ooit begonnen in de thuisondersteuning en sinds september 2014 heb ik na een reorganisatie deze nieuwe functie. Ik vind het heerlijk dat ik hierin ook weer op een andere manier mijn schrijftalent kan inzetten.

Ongrijpbaar

Waarom ben je gaan schrijven en waarom schreef je Ongrijpbaar?

Als kind van een jaar of tien, elf schreef ik al vele verhaaltjes. Die gingen vaak over kannibalen, marsmannetjes of mummies. Dat was maar een korte periode. Ergens rond mijn 25e begon ik pas weer verhalen te schrijven, die ik instuurde naar schrijfwedstrijden. Dat leverde me af en toe een nominatie en publicatie op. Dat was een goede motivatie om de stap te zetten een thriller te gaan schrijven.

Ik schreef Ongrijpbaar vanuit de gedachte dat ik een prettig leesbaar en onderhoudend boek wilde schrijven. Niet alleen maar plotgericht, maar waarbij ook juist de verhaallijn van de hoofdpersoon belangrijk is.

Voorafgaande aan Ongrijpbaar heb je een aantal succesvolle kinderboeken geschreven. Het schrijven van een kinderboek lijkt mij totaal anders dan het schrijven van een thriller. Hoe heb je die omschakeling gemaakt?

Het schrijven van de kinderboeken ging me makkelijker af dan het schrijven van Ongrijpbaar. Bij het verzinnen van een kinderverhaal denk ik altijd terug aan wat ik zelf leuk vond om te lezen als kind. Ik probeer ook terug te voelen in hoe ik zelf als kind tegen dingen aankeek.Bij het schrijven van Ongrijpbaar was het moeilijk om de hoofdpersoon los te koppelen van mijzelf. Er zullen dan ook ongetwijfeld wel onbewust stukjes van mezelf inzitten.Voor het schrijfproces zelf zit er eigenlijk niet zoveel verschil in. Ik werk ook vaak aan verschillende verhalen tegelijk en kan daartussen makkelijk schakelen.

De melodie van Ide en Elom
Windeiland

Door de discussie over de rol van Zwarte Piet bij het kinderfeest van Sint Nicolaas is Ongrijpbaar in eens actueel geworden omdat de ontvoering van Nick plaatsvindt tijdens de verstoring van de intocht van Sint Nicolaas. Hoe kijk je aan tegen deze Zwarte Pieten discussie?

Ik begrijp dat er mensen zijn die zich er niet prettig bij voelen door de stereotypering die er van de figuur Zwarte Piet uitgaat. En ik denk dat het goed is dat de discussie er is, hoewel mensen er te veel in doorslaan door dingen te roepen als ‘blijf van ons feest af’. Het veranderen van het uiterlijk van Piet ervaren zij als een bedreiging voor het sinterklaasfeest en daardoor zijn de reacties zo heftig. Maar de essentie van het sinterklaasfeest zal hetzelfde blijven, of Piet nu oorringen in heeft of niet.

De Engelse schrijver R.J. Ellory is van mening dat er steeds minder aandacht is voor lezen en dan vooral onder jongeren. Zij zien de noodzaak om een boek te pakken en het ook werkelijk te lezen niet meer. Deel jij de mening? En als jongeren al gestimuleerd moeten worden om meer te gaan lezen bij wie zou je die taak dan willen neerleggen?

Ik denk dat er door de opkomst van het YA-genre juist nu jongeren meer geprikkeld worden om te gaan lezen. Ik pleit er zelf voor dat jongeren voor hun literatuurlijst op school naast de standaard literaire klassiekers, ook zelfgekozen YA-boeken mogen kiezen. En ga daar dan met de jongeren over in discussie. Wat zijn de thema’s van die boeken, wat maakt een boek literair? En is het wel belangrijk dat een boek literair is? Leer je niet net zo veel (of voor jongeren juist meer) door het lezen van boeken die aansluiten bij hun interesses?

Bianca Nederlof

Vind je dat het genre van het spannende boek genoeg gewaardeerd wordt in literaire wereld? Connie Palmen sprak in een dronken bui nogal badinerend over het thrillergenre.

Ik denk dat dat helemaal niet van belang is. Een boek moet worden gewaardeerd door de doelgroep waarvoor het geschreven is. Wat heeft het voor waarde als mensen hun mening uitspreken over boeken die ze helemaal niet graag lezen?

Hoe ga je om met kritiek op je boeken en wat zou volgens jou de rol van een recensent moeten zijn?

Van goed onderbouwde kritiek kan een auteur altijd leren. Dat vind ik dan ook belangrijk in de rol van een recensent. Onderbouw de goede en de zwakke punten. Het doet altijd even pijn als er iets in een recensie staat dat niet zo positief is. Maar als lukt om er afstand van te nemen en er met een objectieve blik naar te kijken, kun je er misschien wel iets uithalen. Om dat te kunnen doen moet er wel flink wat tijd overheen gaan. Je boek is toch een heel klein beetje ‘je kindje’.

Je bent niet alleen schrijfster maar je werkt ook als redactrice. Hoe verhouden die twee zich tot elkaar? Bijten ze elkaar of voeden ze elkaar?

Die twee disciplines vullen elkaar heel goed aan. Ik leer als auteur hoe het is als er een redacteur naar mijn werk kijkt en wat waardevolle opmerkingen zijn. Daarnaast heb ik als redacteur geleerd om objectief te kijken naar hoe een verhaal in elkaar zit. Spanningsbogen, eigenheid van personages, dialogen enzovoorts. Door sterke en zwakke punten in andere verhalen te herkennen, herken ik ze ook sneller in mijn eigen verhalen.

Er is de laatste jaren veel te doen over het illegaal downloaden van muziek, films, software en nu ook e-boeken. Veel e-boeken worden op het internet via diverse websites illegaal aangeboden en de schrijver mist daardoor inkomsten. Zie je dit al een grote bedreiging voor schrijvers en de toekomst van het boek?

Het is niet alleen het illegaal downloaden van e-books, maar ook het feit dat lezen wordt verdrongen door andere bezigheden. Mensen zijn veel meer bezig met hun mobiele telefoons. Het is een continue bron van hapsnap-informatie. De concentratie om urenlang in een boek te lezen is bij veel mensen daardoor minder ontwikkeld. Ik merk het zelf ook. Zeker bij het lezen op de e-reader. Met een papieren boek kan ik me beter concentreren. Dus wat dat betreft denk ik niet dat die zullen verdwijnen.
Verder heb ik het idee dat korte verhalen weleens populairder kunnen worden. Een verhaal dat je in de tijd die je in de trein op weg naar je werk zit kunt lezen bijvoorbeeld. Deze worden tegenwoordig ook volop digitaal aangeboden via iTunes, Smashwords en nu is er ook Amazon als mogelijkheid.
Schrijvers zullen net als muzikanten op zoek moeten gaan naar andere verdienmodellen. Dat zie je ook weer aan alle schrijfcoaches en redactiebureaus die er de afgelopen jaren zijn bijgekomen.

De kinderboeken die Bianca Nederlof heeft geschreven worden uitgegeven door Uitgeverij Averbode en Uitgeverij Borre Educatief. De thriller Ongrijpbaar wordt uitgegeven door Uitgeverij LetterRijn.

Kun je iets vertellen over het volgende boek dat je gaat schrijven?

Ik ben altijd met verschillende projecten bezig. Er ligt een kinderboek waar ik al anderhalf jaar mee bezig ben en waar nog een herschrijfronde overheen moet. Ook heb ik nog twee korte kinderverhalen die ik wil uitwerken.
Daarnaast ga ik binnenkort in gesprek met de uitgever van Ongrijpbaar over een nieuwe thriller. Er is een manuscript dat ik nog voor Ongrijpbaar schreef en waar een goed plot in zit, maar dat een geheel herziene uitwerking vereist. Of ik begin met iets nieuws, waar ik al wat vage ideeën voor heb. Nog genoeg te doen dus!
Ik ben altijd met verschillende projecten bezig. Er ligt een kinderboek waar ik al anderhalf jaar mee bezig ben en waar nog een herschrijfronde overheen moet. Ook heb ik nog twee korte kinderverhalen die ik wil uitwerken.

Bianca Nederlof, een interview met een veelzijdige vrouw

Klik hier om dit bericht te tweeten

Carla Norton in gesprek met H.S. Clark

Enige tijd geleden verscheen in de Verenigde Staten de thriller The edge of normal van Carla Norton. De thriller ontving lovende kritieken en sommigen spraken van de ontdekking van het jaar op thrillergebied. Het boek is gebaseerd op een ontvoeringszaak die echt heeft plaatsgevonden en het verhaal over deze vrouw die zeven jaar als seksslaaf onder de meest gruwelijke en onvoorstelbare omstandigheden werd gevangen gehouden resulteerde in een boek dat de titel Perfect victim meekreeg. De research die Carla Norton voor dit boek deed was zo uitgebreid en diepgaand dat het zelfs op de boekenlijst van bepaalde FBI-opleidingen kwam te staan. Het diende uiteindelijk ook als basis voor The edge of normal dat in Nederland onder de titel Langs de afgrond verscheen. Ook hier zijn de kritieken lovend.  De anesthesist en schrijver van medische thrillers H.S. Clark interviewde Carla Norton over haar werk en ook over Langs de afgrond.

Klik op onderstaande foto en dan kom je op de pagina waar het interview staat.

Carla Norton

Interview RJ Ellory

Hieronder zie je een een link naar een video waarin de Amerikaanse schrijver en psycholoog Kenneth Weene een interview heeft met RJ Ellory. De beeldkwaliteit laat te wensen over. Dat komt omdat het gesprek met een webcam is opgenomen vanuit een hotelkamer ergens in de Verenigde Staten. Dat is niet echt belangrijk want het gaat om het gesproken woord en dat is interessant genoeg om het hier te laten horen. Klik op de foto en de pagina waar het gesprek te zien is wordt geopend.

Jolka, een openhartig interview

Jolka

Kun je iets over jezelf vertellen?

Ik ben geboren in een klein dorpje in Friesland, verhuisde in mijn puberteit naar Leeuwarden, heb een paar jaar in Amsterdam doorgebracht en woon sinds 2011 in Noord-Brabant. Ik heb twee volwassen kinderen (een zoon van 24 en een dochter van 19. Die laatste woont nog thuis) een lieve vriend en drie ‘aanwaaikinderen’. Ik hou van rode wijn, thee en Mozart, begeef me niet graag in een grote groep mensen en ben nog altijd onzeker, bij bijna alles wat ik doe. Lezen en schrijven vind ik heerlijk, evenals koken (en eten!) en ik ben dol op de zee. Ik heb alle boeken van Stephen King en Leon de Winter, heb sinds 1999 reumatoïde artritis in mijn polsen en handen, neus graag in tweedehands winkels en geef veel te veel geld uit aan antieke kopjes, borden en ander keukenwaar. Ik ben enigszins neurotisch (dingen rechtzetten, schoonmaken, de manier van handdoeken opvouwen… bijvoorbeeld…), ben stiekem dol op de liedjes van André Hazes (mijn ‘guilty pleasure’), zing operaliedjes als ik alleen thuis ben en heb, tot groot verdriet, nog steeds geen Brabantse tongval. (Als ik dat probeer, zegt mijn kersverse Brabantse familie dat het Belgisch klinkt, of Limburgs…)
Ik eet iedere dag tomaten.

Waarom ben je gaan schrijven en waarom schreef je Memento Mori?

Ik schrijf al zolang ik me kan herinneren. Als kind schreef ik dagboekverhaaltjes. Niet over het leven dat ik toen had, maar ik beleefde de meest waanzinnige avonturen. Daarnaast knipte ik plaatjes uit tijdschriften, plakte deze in een map en verzon daar verhalen bij, een soort roddelblaadjes maakte ik ervan. Ook met mezelf in de hoofdrol. Het huwelijk tussen mijn ouders ging niet zo lekker. Ik denk dat het schrijven van die dagboekverhalen en maken van roddelblaadjes een poging was om te vluchten uit het leed dat mijn ouders veroorzaakten.

Later, in de puberteit schreef ik korte verhalen en gedichten. Mijn leraar Nederlands (ik bedank hem in mijn boek) spoorde mij aan om nog meer te gaan lezen. Na de les bespraken we dan de boeken die ik las. (‘Het verdriet van België’ van Hugo Claus, bijvoorbeeld.) Hij heeft mijn grote liefde voor lezen en schrijven aangewakkerd. Ik had hoge cijfers voor Nederlands, die hij dan oplas in de klas. Dan zat ik daar met het schaamrood op mijn kaken; heel de klas zat naar me te kijken. Ondertussen was ik best trots op de goede cijfers…

Memento Mori

Memento Mori is ontstaan in 2007, enkele dagen na de dood van ex-advocaat Bram Zeegers. Hij overleed, volgens zeggen, onder invloed van drank en drugs in zijn bad. Ik vond het een intrigerende gebeurtenis en volgde de nieuwsberichten over zijn verdachte dood op de voet. Ik maakte notities van uitspraken die journalisten, politie en justitie deden, nam ieder journaal of actualiteitenprogramma op en knipte en plakte alles wat ik vond in kranten en tijdschriften over de zaak in een map. Voor mijn gevoel klopte er iets niet. Daarnaast zag ik er wel een spannend verhaal in. De eerste versie was binnen zes weken klaar. Soms tot diep in de nacht zat ik te typen, nog maar een keer naar het (opgenomen) nieuws te kijken en bladerde ik in mijn aantekeningen. Daarna ben ik veel research gaan doen (op internet, bij een volvogarage, veel info gezocht en gekregen over mdma en xtc, enkele keren door Amsterdam getoerd – zelfs op een scooter – enzovoort) en gaan schrappen en toevoegen totdat ik redelijk tevreden was.

Je hebt veel korte verhalen geschreven. Bestaat er een verschil tussen het schrijven van een kort verhaal en een lijvig boek?

Jazeker! Een kort verhaal moet snel pakken. Je moet veel informatie in een zo weinig mogelijk aantal woorden proppen, zonder een overdaad te creëren. Daarnaast hoeft het geen lange aanloop te hebben en schrijf ik redelijk vaak een half-open eind aan het verhaal, of ik geef het een dusdanige twist dat lezers ietwat verbijsterd achterblijven. In een boek kun je dat veel meer uitwerken, kun je de aanloop langer maken en dingen uitdiepen. Dat is heerlijk, maar aan de andere kant ook lastig: je wilt soms al veel te veel vertellen, dingen die misschien helemaal niet belangrijk zijn, of die als lezer als storend of saai worden ervaren. Dingen waarvan jij als schrijver vindt dat ze ter zake doen, kunnen in negen van de tien gevallen worden weggelaten.
Ik heb op het ‘overleden’ social mediaplatform Hyves veel kunnen oefenen: een verhaal van 200, 500 of 1000 woorden prikkelt enorm en leert je veel. Hoe korter het verhaal, hoe sneller je to-the-point moet komen. Schrijven is schrappen, of weglaten.
Je hoeft niet alles te vertellen. Je mag een lezer ook laten raden of zelf interpreteren.
Ik heb een handvol verhalen op de website ‘120 woorden’ geschreven. (De naam spreekt voor zich, neem ik aan.) Dat was best pittig. Daar hoef je niet aan te komen met inleiding. Daar moet je meteen – bam! – iets neerzetten, waardoor de lezer gepakt wordt of achterover slaat.

Ben je nooit bang geweest dat Memento Mori in bepaalde kringen zou kunnen leiden tot gefronste wenkbrauwen?

Nee. *schaterlacht*
Het is een verhaal, uit mijn duim gezogen, met wellicht behoorlijk veel herkenningspunten, dat geef ik toe. Maar er is geen moment geweest dat ik dacht: Dit moet ik misschien niet schrijven. Straks kan iemand feit en fictie niet onderscheiden en ben ik de klos. Ik ben gewoon flink aan de haal gegaan met de dingen die ik hoorde en las.

De Engelse schrijver R.J. Ellory is van mening dat er steeds minder aandacht is voor lezen en dan vooral onder jongeren. Zij zien de noodzaak om een boek te pakken en het ook werkelijk te lezen niet meer. Deel jij de mening? En als jongeren al gestimuleerd moeten worden om meer te gaan lezen bij wie zou je die taak dan willen neerleggen?

Met mijn eigen kinderen heb ik dat probleem in elk geval nooit gehad. Als ik ’s avonds bij ze ging kijken wanneer ik naar bed ging, trof ik ze slapend aan, meestal met een boek nog in hun hand.
Ik geloof best dat het lezen minder wordt onder jongeren, al denk ik niet dat het een doemscenario is. Er wordt nog steeds gelezen, al zal het anders lezen zijn dan ‘vroeger’. Het moet korter, sneller, er is amper tijd om te gaan zitten en dan een boek te gaan lezen. Mijn dochter leest tegenwoordig veel minder boeken van papier maar ze leest nog wel. Een
e-reader is een uitkomst. Zou het een taak van de ouders moeten zijn, school of de overheid? Ik denk dat die er genoeg aan doen. Het is een verandering waar we in mee moeten gaan. Het papieren boek is nog steeds niet verdwenen en ik denk dat dat ook nog wel een poosje gaat duren.

Vind je dat het genre van het spannende boek genoeg gewaardeerd wordt in literaire wereld? Connie Palmen sprak in een dronken bui nogal badinerend over misdaadromans.

Ja, dat denk ik wel. Als ik zie hoeveel boeken er te koop zijn, thrillers, misdaadromans, boeken a la John Le Carré, Robert Ludlum, Tom Clancy, Mo Hayder, Saskia Noort, Loes den Hollander en ga zo nog maar even door, en dat die nog steeds gretig over de toonbank gaan, dan zou ik zeggen: leg die opmerkingen maar lekker naast je neer. Erg vervelend, dat neerkijken op en afkraken van… hoewel ik de boeken van Connie Palmen prachtig vind.

Hoe ga je om met kritiek op je boeken en wat zou volgens jou de rol van een recensent moeten zijn?

Mijn eerste reactie toen ik MM na de redactieslag terugkreeg, was toch een beetje van: ‘Nou zeg. Niet zo gaan snijden in mijn kind.’ Toen ik het nogmaals overlas en bekeek, zag ik wel dat er inderdaad dingen niet klopten, of op zijn minst beter of net iets anders konden. Je kunt je eigen boek niet objectief bekijken, heb ik gemerkt. Dat moet je beslist aan anderen overlaten. En dan de voorstellen goed bekijken en meer dan vaak overnemen. Omdat het verhaal er beslist beter van wordt.
De rol van de recensent is van groot belang: hij (waar ‘hij’ staat kan ook ‘zij’ staan)leest het en ventileert zijn mening erover. Het lijkt me best moeilijk: er is ook nog zoiets als voorkeur of persoonlijke smaak. Dat mag volgens mij niet de boventoon voeren als je een recensie schrijft. Daar kan hij een boek namelijk mee maken of breken. Volgens mij is iemand zoals jij erg belangrijk voor de promotie van een boek: als jij een mooie, goede, positieve recensie schrijft, dan kan dat gunstig zijn voor de verkoop van het boek. En andersom natuurlijk ook!

Je bent naast schrijfster ook redactrice. Gaan deze twee samen? Bijten ze elkaar of voeden ze elkaar?

Volgens mij ben ik twee persoonlijkheden als ik schrijf of redigeer. Die twee lijken in de verste verte niet op elkaar. Wat ik wel heb gemerkt is dat ik door het redigeren – en door tips en trucs van Theo (van Rijn, eigenaar van uitgeverij LetterRijn) veel heb geleerd en daardoor anders ben gaan lezen en schrijven. Ze bijten elkaar dus niet, maar in mijn geval gaan ze ook niet altijd hand in hand.

Er is de laatste jaren veel te doen over het illegaal downloaden van muziek, films, software en nu ook e-boeken. Veel e-boeken worden op het internet via diverse websites illegaal aangeboden en de schrijver mist daardoor inkomsten. Zie je dit als een grote bedreiging voor schrijvers en de toekomst van het boek?

Misschien is dat op dit moment zo, maar er komt vast een tijd dat ook daar weer iets op wordt uitgevonden. Een soort Spotify, maar dan voor boeken bijvoorbeeld. Dat het loont om er een klein bedrag voor te betalen.
Toen ik enkele maanden geleden een boek van Stephen King kocht (papier) zat daar een code achterop om een ander boek van hem voor je e-reader te downloaden. Dat vond ik fantastisch! De papieren versie had ik al, maar dit was toch een leuk cadeautje!

Jolka

Kun je iets vertellen over het volgende boek dat je gaat schrijven?

Hmmm… Eerlijk gezegd ben ik daar nog niet helemaal over uit. Ik wil al heel lang wat van mijn ‘verhalen voor tegen het slapengaan’ bundelen. Misschien ga ik dat nu toch maar eens doen. Ik denk er ook over om een van die verhalen – ik zeg nog niet welke – uit te werken tot een volwaardig boek. Dat verhaal is daar uitermate geschikt voor en steeds wanneer ik dat verhaal zie of lees, jeuken mijn handen om ermee verder te gaan. In 2015 maar eens aan gaan beginnen; dan is alles weer wat rustiger; er speelt iets op persoonlijk vlak en ik zit op dit moment midden in een verhuizing en dat slokt al mijn tijd en energie op. Komt vast wel goed, ik kan het toch niet laten: ik schrijf iedere dag. Kleine stukjes tekst, quotes, dingen die ik beslist wil onthouden om later wellicht te gaan gebruiken.
Een schrijver schrijft, zei mijn held Stephen King ooit. Iedere dag.
Of zoals ik zelf ooit zei: Een dag niet geschreven, is een dag niet geleefd.


Jolka, een openhartig interview

Klik hier om dit bericht te tweeten

Interview met Ellen Gerretzen

Ellen Gerretzen

Ellen Gerretzen behoort tot de top van de Nederlandse misdaadauteurs. In 2011 debuteerde zij met de thriller Bloedbruiloft. Daarna volgden Schaduwspel en Verdorven en deze zomer verscheen haar laatste thriller onder de titel Manzanilla. Haar thrillers werden steeds positief ontvangen. Tijd voor een interview. Wie is Ellen Gerretzen, waarom schrijft ze en waar haalt zij de inspiratie vandaan? Het beeld dat uit de antwoorden naar voren komt is dat van een verrassende en boeiende vrouw met een passie voor schrijven.

Kun je iets over jezelf vertellen?

Een aantal jaren geleden heb ik mijn baan opgezegd om mijn droom na te jagen en eindelijk die thriller te schrijven. Sindsdien pendel ik samen met mijn levensgezel heen en weer tussen Amsterdam, Spanje, Berlijn, Lissabon en nog wat steden. We reisden altijd al heel veel, een weekend met een feestdag eraan vast en hup, daar stonden we weer met onze handbagage op Schiphol. Ontelbare keren heb ik op maandagochtend rechtstreeks vanaf Schiphol de trein naar mijn werk gepakt, vanuit Berlijn, Madrid, New York en dan zitten stuiteren achter mijn bureau. Elk vrij moment waren we onderweg, maar nu hebben we eindelijk de tijd om langere periodes in het buitenland te zitten. Om te schrijven, want dat lukte niet naast mijn baan.
En als je iets echt persoonlijks over me wil weten, we hebben geen kinderen en geen auto, beide een bewuste keuze. Ik heb wel een brommertje dat in januari 25 jaar wordt, in “mijn” dorp in de Extremadura. De buurt waar ik woon kenmerkt zich door lage inkomens, hoge werkloosheid en enorm sterke familiebanden. De buurvrouwen vegen en moppen elke dag hun stoepjes en maken een praatje, op straat of in het winkeltje op de hoek. Hoofdthema’s zijn de gezondheid en de kwaaltjes. In andere steden huren we een appartementje, of logeren bij vrienden.
Ik ben een persoon die niet graag op de voorgrond treedt. Als kind was ik al verlegen en mijn onzekerheid ben ik nooit kwijtgeraakt. Ik ben een observator, gevoelig voor sfeer, en dat komt me sinds ik misdaadromans schrijf goed van pas. Ik kijk hoe mensen met elkaar omgaan en steek wat op van gesprekken in cafés of waar dan ook. Gewone scènes uit het leven van alledag.
Schrijven past bij mijn karakter. Het heeft lang geduurd voor ik er daadwerkelijk mee ben begonnen maar ook dat past wel bij me, want ik ben een laatbloeier. Bovendien zou ik de boeken die ik nu geschreven heb nooit op mijn dertigste hebben kunnen schrijven. Toen ontbraken de kennis en de levenservaring daarvoor.
Schrijven is mijn passie. Ik hou ook van lezen, koken en van steden binnenstebuiten keren. Daar kom ik straks nog op terug.

Bloedbruiloft

Wolfgang, voormalig hoofdcommissaris bij de Berlijnse Mordkommission, wil na een persoonlijk drama in zijn leven een nieuw bestaan opbouwen aan de woeste noord-westkust van Spanje. Hij laat zich echter door zijn vriend Esteban overhalen om eerst mee te gaan naar diens geboortedorp in de Extremadura, om aldaar een moordzaak mee te helpen oplossen die het hele dorp in zijn greep houdt. Het spreekt vanzelf dat de autoritaire guardia civil Javier Wolfgang en Esteban als bedreigend ervaart.

block

Waarom ben je gaan schrijven en waarom schrijf je thrillers?

De droom ontstond op mijn dertiende, toen ik mijn eerste Agatha Christie las en meteen verslaafd raakte aan het genre. Ik heb al haar boeken letterlijk stukgelezen. Nooit maar dan ook nooit kon ik ontdekken wie het gedaan had. Dat wilde ik ook! Bovendien heb ik altijd al een liefde voor taal gehad.Waarom thrillers? Omdat ik zelf hou van een goede thriller en omdat ik hetzelfde voor lezers wil doen wat Agatha Christie voor mij heeft gedaan: hen een aantal uren mee te nemen naar een fictieve wereld, hen mee laten denken wie de dader is en hen op het verkeerde been zetten terwijl ik toch steeds kleine aanwijzingen rondstrooi. Heerlijk vind ik dat. Maar ik denk ook dat je geest op een bepaalde manier moet werken om een gedegen misdaadroman te schrijven. Ik hou erg van puzzels, raadsels en wat dies meer zij. Ik ben een logische denker en behoorlijk perfectionistisch. Ik gruwel van losse eindjes. Alles moet kloppen, goed in elkaar steken. Ik begin met een badkuip vol puzzelstukjes en aan het eind moet alles op zijn plaats liggen. Een helse klus.

Ellen Gerretzen

Jouw verhalen spelen zich af in een internationale entourage en daarmee onderscheid je je van andere Nederlandse misdaadauteurs. Heb je hier bewust voor gekozen?

Ja. Ik denk dat het een logische consequentie is van mijn levensstijl. Als ik Wolfgang in mijn laatste boek “Manzanilla” als nomade omschrijf heb ik het eigenlijk over mezelf. Ik woon op meerdere plekken en voel me op al die plaatsen thuis. Waar hoor je dan? Overal en nergens. Ik reis rond met handbagage omdat travel light mijn motto is, en ook dat heb ik met Wolfgang gemeen.
Mijn debuut heb ik in mijn Spaanse dorp (nou ja, stadje) in de Extremadura gesitueerd maar het tweede boek wilde ik in Berlijn laten spelen. Ik heb dan ook bewust voor een Berlijnse ex-hoofdcommissaris gekozen die zijn hart aan Spanje heeft verpand.
Ik schrijf over de plaatsen die ik goed ken, vooral de sfeer en de mensen, en die liggen nu eenmaal ook in het buitenland. Voor mij is het heel gewoon om over Berlijn, Spanje of Lissabon te schrijven maar het kost wel aardig wat jaren om een land of een stad echt goed te leren kennen, er gevoel bij te krijgen. De taal beheersen is essentieel, want als je niet met mensen kunt communiceren zul je het land nooit echt doorgronden, nooit weten wat mensen beweegt en wat hen bezig houdt. Ik keer steden binnenstebuiten, en dat doe ik zoveel mogelijk te voet, want dan vallen je details op die je anders niet zou opmerken. Een stad is voor mij meer dan een verzameling mooie gebouwen en musea, de opgeleukte stadscentra die tegenwoordig zoveel op elkaar lijken vind ik niet genoeg. Dezelfde winkelketens, een overmaat aan terrassen, souvenirs, spiegeltjes en kraaltjes. De stad, dat zijn voor mij in de eerste plaats de mensen die er wonen en werken, er hun dagelijkse leven leiden, die het niet allemaal even makkelijk hebben. Die deels in grauwe buitenwijken wonen, waar armoede, werkloosheid, criminaliteit heersen en vaak weinig tot geen perspectief hebben. Contrasten maken steden voor mij interessant. En door ook de niet voor de hand liggende plekken te bezoeken en vooral er regelmatig terug te keren leer ik mensen kennen en kom ik er achter hoe ze leven. Dat teruggaan is essentieel om geen buitenstaander te blijven. Het begint meestal in een barretje of eethuisje. Je moet je vooral niet laten afschrikken door hoe een etablissement er van binnen of van buiten uitziet, of door mensen die er op het eerste gezicht wellicht wat angstaanjagend uitzien. Gewoon binnengaan. En vooral vaker terugkomen.
schaduwspel

Wolfgang, voormalig hoofdcommissaris bij de Berlijnse Mordkommission, heeft zojuist een gecompliceerde moordzaak in de Spaanse Extremadura opgelost en kan nu eindelijk aan zijn nieuwe leven beginnen. Een huis kopen aan de Spaanse noordwestkust. Zijn verleden achter zich laten. Vergeten. Maar weer worden zijn plannen gedwarsboomd. De Spanjaard die zijn huis in Berlijn zou kopen wordt vermoord aangetroffen in een volkstuinencomplex en Wolfgang keert terug naar zijn stad.

Hoe schrijf je je boeken? Zonder je je helemaal af of kan je bij wijze van spreken op een zonnig terras in Sanlúcar de Barrameda onder het genot van een glaasje manzanilla een stuk van een boek schrijven?`

Zolang ik nog in het stadium van het “plotworstelen” ben kan ik overal werken. Een notitieboekje en pen ontbreken nooit in mijn handtas en je kunt me overal zien terwijl ik ideeën, losse flodders, steekwoorden, gedachten noteer. Soms op een achterafterrasje, aan de toog (komt vaker voor, want ik ben niet zo’n terraszitter), op stations, in treinen en vliegtuigen, in restaurantjes. Pas als de plot vorm heeft gekregen en het tijd wordt om te gaan schrijven begint de afzonderingsfase. Dat is voor mij de absolute voorwaarde om me te kunnen concentreren. Geen radio of tv, geen mensen om me heen, geen stemmen, geen luide muziek. Wel een achtergrondmuziekje, Bach, Händel, Satie. Pianomuziek, chello, viool. Ik kan de hele dag dezelfde CD spelen, voor mij werkt dat rustgevend. Als ik in de Extremadura ben werk ik soms in de tuin, met gekwetter van vogels die baden in mijn vogelbadje en het geklepper van ooievaars op de kerktoren.

Je gaat het benoemen van maatschappelijke problemen niet uit de weg. Zo schrijf je in Verdorven uitgebreid over de problematiek van daklozen in Berlijn en in hetzelfde boek maar ook in Manzanilla over de rijken die menen alles met geld te kunnen kopen en boven de wet staan. Thrillers lenen zich bij uitstek voor het belichten van maatschappelijke problemen omdat misdaden daar vaak over gaan zoals bv. pedofilie of huiselijk geweld. Vind je dat een misdaadauteur een standpunt in dergelijke zaken moet innemen?

Absoluut. Je kunt niet over een maatschappelijk thema schrijven zonder er een standpunt over in te nemen, want anders gebruik je het alleen maar als kapstok om je eigen verhaal aan op te hangen. De lezer heeft er recht op te weten hoe een auteur denkt over de onderwerpen waar hij of zij over schrijft. Bovendien leert de oplettende lezer de auteur dan een beetje beter kennen.

Ik kan in de vragen voor dit interview niets verklappen over de inhoud van je boeken. Maar toch.....hoe gaat het nu verder met Wolfgang? Werk je toe naar het einde van boeken over deze intrigerende hoofdpersoon en ga je je op een iets anders richten of kan de lezer nog lang van hem genieten?

Ik ben nu bezig met mijn vijfde thriller en daarin speelt Wolfgang weer de hoofdrol. Het is voor mij heel eenvoudig: zolang mijn personages me blijven boeien -en vooral me blijven verrassen- ga ik met ze verder. En, minstens zo belangrijk, zolang ze mijn lezers blijven boeien. Gelukkig hoor ik heel veel positieve geluiden over Wolfgang, Gitta en Siegfried. Hoe het in de verdere toekomst met Wolfgang gaat lopen kan ik nu nog niet voorspellen. Wat ik wel weet is dat ik een keer een “stand alone” wil schrijven, zoals we dat zo treffend noemen in het Nederlands. Een tussendoortje zullen we maar zeggen. En ooit moet die literaire roman er komen.

Verdorven

In winters Berlijn vindt een reeks bizarre moorden plaats. De Mordkommission komt geen stap verder en roept ten einde raad de hulp in van haar voormalige hoofdcommissaris Wolfgang. Die heeft zojuist zijn eerste klus als privédetective geaccepteerd, maar raakt zo geïntrigeerd door de verminkte lijken, verdwenen lichaamsdelen en onbegrijpelijke hints dat hij ook deze opdracht aanneemt. Het is de start van een zoektocht die hem naar Lissabon brengt.

Door je vele reizen ben je goed geïnformeerd over de lokale situatie van de plaatsen waar je verhalen zich afspelen. Je ontmoet ook heel veel mensen. Zijn personages uit je boeken gebaseerd op dergelijke ontmoetingen?

Vaak wel. Wolfgang kwam ik al twintig jaar geleden tegen in Berlijn, hij was uitbater van een kroeg die hij had ondergebracht in een Amerikaans aandoend voormalig benzinestation, had een paardenstaart, leek op Charles Bronson en reed op een Harley Davidson. Gitta bezat een Eckkneipe in Neukölln, had een tatoeage van een buldog op haar arm en het beest zelf lag op een kleedje aan het eind van de bar, echt waar. Kortom, ik doe iets met de mensen die ik tegenkom of ooit heb ontmoet, hun karaktereigenschappen en idiosyncrasieën, onhebbelijkheden of positieve kanten, hun uiterlijk, manier van praten, ik gebruik alles. Ook van vrienden en kennissen trouwens. Het gebeurt maar zelden dat ik een personage helemaal bedenk. En ik verwerk er ook stukjes van mezelf in.

Hoe ga je om met kritiek op je boeken en wat zou volgens jou de rol van een recensent moeten zijn?

Ik neem kritiek serieus en doe mijn best ervan te leren. Ik noteer kritiekpunten en als ik vind dat het terecht is houd ik er bij mijn volgende boek rekening mee. Goede, opbouwende kritiek is heel belangrijk omdat ik mijzelf wil verbeteren als auteur.
Een recensent moet een boek zo objectief mogelijk beoordelen. De recensie moet een oordeel geven over zaken als verhaal, plot, schrijfstijl, spanning, geloofwaardigheid van het verhaal en de karakters. Waarin het zich onderscheidt van andere boeken. Wat het bijzonder maakt, of juist niet. Het oordeel, of het nu positief of negatief is, moet weloverwogen en gemotiveerd zijn, dat is voor mij essentieel. Het moet met respect gebeuren, niet op een badinerende en onnodig kwetsende manier. Een aspirantlezer moet zich op basis van een recensie een goed idee kunnen vormen over het boek en voldoende informatie hebben om te kunnen besluiten het al dan niet te gaan lezen.
Idealiter draagt het oordeel van de recensent er toe bij dat de auteur beter gaat schrijven. Hoe hoger de kwaliteit van de recensie –positief of negatief, maakt niets uit- hoe meer ik er als auteur iets aan heb.

Manzanilla

Andalucía, Sanlúcar de Barrameda. Een welstellend Duits echtpaar met Russische connecties wordt verdacht van drugshandel. De baas van de Policía Nacional blijkt bevriend met hen, het vermoeden bestaat dat hij betrokken is. Delicaat dus. Daarom roept Javier, baas van de Guardia Civil -in het geniep- Wolfgangs hulp in. Die spreekt immers Spaans en Duits en kan als zogenaamd vakantieganger ongestoord rondsnuffelen.

Vind je dat het genre van het spannende boek genoeg gewaardeerd wordt in literaire wereld? Connie Palmen sprak in een vermoedelijk dronken bui nogal badinerend over misdaadromans.

Ellen Gerretzen

Natuurlijk valt het overgrote deel van misdaadromans niet onder de noemer literatuur met de grote L, maar ik begrijp niet waarom het nodig is om auteurs van dat genre collectief te schofferen met de weinig verheffende bewoordingen “scheer je weg, nietsnutten”. Er zijn zeer goede en zeer slechte misdaadromans en vooral veel daartussenin, en hetzelfde geldt voor het literaire veld. Ik denk trouwens niet dat de scheidslijn tussen het spannende boek en het literaire werk met Nato-prikkeldraad is afgebakend.
Ik hou er niet van als mensen bij voorbaat neerkijken op het thrillergenre. Dat gebeurt te vaak vanuit een superioriteitsgevoel zonder ooit een letter gelezen te hebben. Ik vind dat arrogant. Maar het is het laatste waar ik wakker van zal liggen. Ik schrijf misdaadromans en ik vind het oordeel belangrijk van degenen die deze tak van sport kennen en kunnen beoordelen. Het genre zal in de literaire wereld nooit worden gewaardeerd, behoudens de geïsoleerde gevallen die in een NRC worden gelauwerd, en discussie daarover is volstrekt zinloos. Het is net als met de voor- en tegenstanders van stierenvechten: the twain shall never meet.

Er is de laatste jaren veel te doen over het illegaal downloaden van muziek, films, software en nu ook e-boeken. Veel e-boeken worden op het internet via diverse websites illegaal aangeboden en de schrijver mist daardoor inkomsten. Zie je dit als een grote bedreiging voor schrijvers en de toekomst van het boek?

Ik zou die illegale downloaders wel eens willen horen als iemand opeens elke maand een deel van hun inkomen af zou pakken. Het blijft me verbazen dat er mensen zijn die andermans werk jatten. Zelf heb ik van mijn ouders geleerd dat je niet mag stelen. Veel mensen vinden e-boeken te duur en dat mag zo zijn, maar mij is geleerd dat als ik ergens geen geld voor heb ik er voor moet sparen. Bovendien is er ook nog zoiets als een bibliotheek of de markt van tweedehands boeken.
Er wordt gejat op internet omdat de pakkans nul is. Er moeten methodes zijn om illegaal downloaden aan te pakken maar dat heeft bij onze regering blijkbaar geen prioriteit. Ik nodig al die anonieme mensen die illegaal downloaden uit: ga eens een boekhandel binnen en steel een boek, want dat is exact hetzelfde. Maar daar hebben ze de ballen niet voor.
Ja, het is zeker een bedreiging. Naarmate het digitale lezen toeneemt, en dat zal ongetwijfeld gebeuren bij een generatie die opgroeit met beeldschermen, zal als er geen maatregelen worden genomen het illegale downloaden een steeds grotere vlucht nemen. Schrijven is ongelooflijk hard werk, en als je geen bestsellerauteur bent staat er een lage vergoeding tegenover. Er zijn auteurs die geen e-boeken meer uitbrengen en ik heb al gelezen over collega’s die zeggen te stoppen met schrijven, want waar doe je het nog voor als je door een aantal van je eigen lezers beroofd wordt?
Mijn misdaadromans blijven ook als e-boek beschikbaar want ik wil dat mijn lezers de mogelijkheid moeten hebben ze als e-boek aan te schaffen. Mijn nieuwe uitgeverij Vrijdag biedt ze voor € 9,99 aan en dat vind ik persoonlijk een heel redelijk bedrag.
Uit geluiden in kringen van “mijn” lezers begrijp ik trouwens dat er nog velen onder hen zijn die, net als ikzelf, papieren boeken prefereren. Daar word ik blij van omdat het me perspectief biedt. We kunnen samen oud worden, met papieren boeken.


Ellen Gerretzen, een interview met een boeiende vrouw

Klik hier om dit bericht te tweeten
Volg dit blog

Ontvang de laatste berichten in je brievenbus