Esther Verhoef – De kraamhulp

De kraamhulp

In de familie Stevens vindt een heugelijke gebeurtenis plaats. Moeder Didi bevalt van een gezonde dochter die de naam Indy krijgt. De bevalling is heel zwaar geweest en Didi moet nog enige tijd het bed houden. Omdat Oscar, de echtgenoot van Didi en de kersverse vader over een paar dagen weer aan het werk moet, komt een kraamhulp Didi ondersteunen. Hennequin Smith is haar naam, ze is bloedmooi, woont in een schitterend dakappartement en is ontzettend aardig. Didi kan het meteen goed met haar vinden. Wat Didi en Oscar niet in de gaten hebben is dat Hennequin wel een heel erg eigen invulling aan het begrip kraamhulp geeft.

Miriam de Moor werkt bij de Rotterdamse politie. Zij is nog steeds niet over de dood van haar broer Bart heen. Door een ongelukkige val van de trap liet hij het leven maar Miriam heeft haar twijfels bij deze verklaring voor de dood van haar broer. Bart was getrouwd met Hennequin Smith en door de dood van Bart is zij ineens een schatrijke weduwe geworden. Miriam is heel nieuwsgierig naar wie Hennequin in werkelijkheid is en begint een eigen onderzoek naar deze raadselachtige vrouw. Zij ontdekt een aantal
huiveringwekkende details uit haar leven. Hennequin blijkt een levensgevaarlijke psychopate te zijn aan wie de zorg voor een kwetsbaar gezin is toevertrouwd.

Didi mocht de nieuwe kraamverzorgster meteen. Een beetje Gooische-vrouwen-type, maar met een lieve oogopslag. Haar geblondeerde haar was in een nonchalante knot achter op haar hoofd weggestopt. Ze droeg een wit verpleegstersuniform en haar lange benen staken in een paar witte sneakers.
‘Mijn naam is Hennequin Smith.’ Ze keek Didi medelevend aan met haar opvallend groene ogen en gaf haar een hand. ‘Ik vind het heel vervelend dat er nog niemand was toen jullie vanochtend thuiskwamen.’
‘Je bent er nu toch?’ zei Oscar.
Hennequin knikte. ‘Maar dan nog. Je ziet liever dat alles gaat zoals het was afgesproken in deze spannende dagen.’
‘Dora zei dat Jantine verhinderd was. Is ze ziek?’
‘Was dat maar waar.’ Hennequin ging op de rand van het bed zitten. Het matras zakte in door het gewicht.
Een gemene pijnscheut trok vanuit Didi’s bekken door haar hele lijf heen. Ze verbeet zich, perste haar lippen op elkaar.
Niet flauw doen.
Hennequin trok een ernstig gezicht. ‘Jantine heeft een ongeluk gehad. Ze is vanochtend vroeg van de trap gevallen.’
Didi trok haar wenkbrauwen op. ‘Gevallen? Jee. Hoe is het–’
‘Prima. Het had erger kunnen aflopen, maar ze heeft wel haar stuitje gebroken.’ Hennequin keek Oscar vluchtig aan en richtte haar blik daarna weer op Didi. ‘In huis gebeuren de meeste ongelukken.’
‘Ja, dat zeggen ze, hè?’
Didi voelde zich ineens vermoeid. Vannacht had ze amper geslapen in dat ziekenhuisbed. Ze had zich leeg en alleen gevoeld zonder het geruststellende gewurm van de baby in haar buik, waaraan ze in de afgelopen maanden zo gewend was geraakt. Als ze nu haar handen op haar buik legde, voelde ze achter die opgerekte huid en spieren alleen maar een weke holte. Ze had ook niet naar haar baby toe gekund. Die was aan de andere kant van de gang gelegd, op een zaaltje tussen andere pasgeboren baby’s, waar het verplegend personeel haar beter in de gaten kon houden. Indy was met de vacuümpomp geboren. Daardoor was haar schedeltje puntig vervormd en was de huid kapot op de plaats waar de pomp druk had uitgeoefend.
Hoorde ze de baby nu weer huilen? Indy had zo’n klein stemmetje. Ze klonk net als een jong geitje.
Hennequin stond op. Het matras trok weer recht en die beweging veroorzaakte opnieuw een pijnscheut.
Didi nam zich voor de kraamverzorgster – Annelien? – morgen te vragen om niet meer op het bed te gaan zitten. Ze wilde het niet meteen nu doen, niet al op de eerste dag, waardoor ze op deze mooie, verzorgde vrouw zou overkomen als een tobberige zeurpiet. Maar zo voelde ze zich wel. Tobberig. Leeg. Moe.
Doodmoe.

Esther Verhoef heeft een heldere en beeldende schrijfstijl. Ze heeft niet veel woorden nodig om haar gedachten op papier te zetten. In korte hoofdstukken, waarin vanuit een wisselend perspectief de hoofdpersonen het verhaal vertellen, trakteert Esther Verhoef de lezer op een boeiende, pakkende en huiveringwekkende thriller. Het op bedekte wijze spelen van een gruwelijk en dodelijk spel met kwetsbare mensen lijkt misschien niet zo schokkend omdat het zo bedekt gebeurt, maar vergis je niet. Als je je een
voorstelling probeert te maken van wat er echt gebeurt, lopen de koude rillingen je over de rug. Het is in gemeen en zeer verontrustend. De verdeling tussen goed en slecht is vanaf de eerste bladzijden bekend maar dat heeft geen enkele invloed op de spanning in het verhaal. De opbouw van het verhaal is dusdanig geraffineerd dat je ongemerkt bladzijde na bladzijde leest en omslaat en de wereld om je heen dreigt te vergeten. Zo moet een thriller geschreven worden. De personages hebben veel diepgang waardoor ze
levensecht worden. Sommige passages zijn zo goed geschreven dat het lijkt alsof je als een zeer betrokken figurant deel uit maakt van de scene. De ontknoping van het verhaal, waarin alle puzzelstukjes op hun plaats vallen, is spannend en had best iets meer pagina's mogen hebben. Dat geldt ook voor het prille daten tussen Miriam en Boris. Dat heeft iets heel fris en onbezorgds maar krijgt wat weinig aandacht.

Dat Esther Verhoef heel erg goed kan schrijven is bekend en met de uitstekend thriller De kraamhulp bevestigt zij dat.

****

Uitgeverij: Ambo|Anthos - Amsterdam
ISBN: 978 90 414 2556 0

© 2014  Joop Liefaard

?

Click Here to Leave a Comment Below