Kate Mosse – De nacht van de vogels

De nacht van de vogels

Sussex 1912. Op de avond voor het feest van Sint Marcus komen de mannen van het dorpje Fishbourne bijeen op de begraafplaats van de kerk van St. Peter en St. Mary. Het bijgeloof zegt dat op deze avond de geesten van diegenen die in het komende jaar zullen sterven zichtbaar zullen worden. Connie Gifford is haar alcoholische vader Crowley naar de begraafplaats gevolgd en kijkt vanaf een afstand toe. Ze vangt een glimp op van een vrouw die vage herinneringen bij haar oproept.

Connie woont met haar vader in Blackthorne House een vervallen landgoed waar zij zich bezighouden met het opzetten van vogels. Kort na de huiveringwekkende taferelen op het kerkhof ontdekt Connie in het moerasgebied waarin Blackthorne House staat, het lijk van een vrouw, drijvend in het water. Ook deze vrouw roept een vage herinnering op aan een schokkende gebeurtenis uit haar jeugd en die uit haar geheugen gewist lijkt te zijn.

Connie keek naar het scalpel in haar hand. Het lemmet dun als zilverfolie, een ivoren heft. Voor het ongeoefende oog leek het een priem. In andere huishoudens zou het per abuis worden aangezien voor een schilmesje voor groente of fruit.
Niet voor vlees.
Connie nam de dode kauw in haar handen en voelde nog de herinnering aan warmte en leven in de dode spieren, pezen en aders, in de zware neerhangende nek. Corvus monedula. Zwarte, glanzende vogels, met een asgrijze nek en kruin.
Lichte ogen. Bijna wit.
Haar spullen stonden klaar. Een aardewerken kom met een mengsel van water en arsenicumzeep. Wat reepjes katoen, en op de vloer bij haar voeten een emmer. Krantenpapier. Tangetje, scalpel en vijl.
Voorzichtig legde Connie de vogel neer op de krant. Met haar vingers duwde ze de roetzwarte veren uiteen en ze plaatste het mes tegen de bovenkant van het borstbeen. Toen zocht ze, met het gevoel van verwachting dat ze altijd had op het moment dat ze de incisie maakte, met de punt van het mes naar de beste plek om te snijden.
De kauw lag daar roerloos, zijn lot accepterend. Ze ademde in en blies de lucht langzaam uit. Een soort ritueel.
De eerste keer dat Connie mee mocht naar haar vaders werkplaats, was ze misselijk geworden van de stank – van vlees, onverteerd voedsel en rottend aas.
Bloed, huid, botten.
In die begintijd had ze altijd een zakdoek voor haar neus en mond gebonden. De geuren van dit beroep – alcohol, de stoffige geur van vlastouw, lijnzaadolie, de verf voor klauwen en pootjes, snavels en houten voet – waren sterk; te sterk voor de gevoelige neus van een kind. In de loop der jaren was Connie er echter aan gewend geraakt en nu merkte ze het nauwelijks nog op. Bovendien vond ze dat het accepteren van de geuren van dingen integraal onderdeel was van het proces.
Ze keek op naar de hoge ramen langs de hele lengte van de werkplaats, die vandaag schuin openstonden om frisse lucht binnen te laten. De hemel was aangenaam blauw na de regen van de afgelopen weken. Ze vroeg zich af of ze haar vader kon overhalen om beneden te komen voor de lunch. Misschien voor een kop bouillon?
Sinds de gebeurtenissen op het kerkhof van een week geleden was Gifford nauwelijks zijn kamer uit geweest. Ze hoorde hem tot diep in de nacht heen en weer lopen en in zichzelf praten. Het was niet goed voor hem om zich zo op te sluiten. Gisteravond was ze hem tegengekomen op de overloop, halverwege de trap, waar hij uitkeek over de invallende duisternis boven het moeras. Zijn adem liet het glas beslaan.

Kate Mosse (1961) geniet grote bekendheid door de Languedoc trilogie (Het verloren labyrint(2005), De vergeten tombe (2007) en Citadel (2012)). Zij is geboren in Chichester, Sussex, de streek waar De nacht van de vogels zich afspeelt. Net als in de Languedoc trilogie is de streek uiterst zorgvuldig en beeldend beschreven en dat draagt in hoge mate bij aan de sfeer die het boek ademt. Het kan er goed spoken door de vele stormen die van de zee een nauwelijks te temmen vijand maken.

Tegen deze achtergrond ontwikkelt zich een duister en macaber verhaal dat langzaam op gang komt maar door het fraaie woordgebruik enorm boeit. Kate Mosse transformeert de personages tot levensechte personen die een boek bevolken dat begint als een roman en eindigt als een eng en gruwelijk verhaal dat Edgar Allan Poe-achtig beelden oproept. De manier waarop Kate Mosse het verhaal opbouwt is bijzonder knap. Verschillende verhaallijnen, invalshoeken, perspectieven en plotwendingen worden moeiteloos en kundig aaneen gesmeed tot een verhaal met een donkere en duistere sfeer en toon. Een verhaal dat overtuigt en goed geschreven is.

Vogels spelen zowel in beeldspraak als in biologische zin een belangrijke rol in het verhaal en ook de taxidermische technieken en onaangename details die daarbij horen, krijgen veel aandacht, soms gruwelijk soms informatief maar steeds fascinerend. Ze horen bij het verhaal, zonder zou het veel aan kracht en kwaliteit inboeten.

De Nacht van de vogels mist de intensieve beleving van de Languedoc trilogie en op sommige momenten ook het prozaïsche gebruik van de taal maar toch is het een boek dat overtuigt en dat je maar moeilijk weg kunt leggen en waarmee Kate Mosse indruk maakt.

Engelse titel: The Taxidermist’s Daughter
Vertaling: Merel Leene
Uitgeverij: De Boekerij - Amsterdam
ISBN:
978 94 023 0322 3

© 2015 Joop Liefaard