Nicci French – Donderdagskinderen

Donderdagskinderen

Frieda Klein groeide op in een stadje is Suffolk. Drieëntwintig jaar geleden heeft zij dit stadje verlaten om er nooit meer terug te keren. Zij woont nu in Londen waar zij werkt als psychoanalytica. Op een dag heeft zij een afspraak met Maddie Capel, een vroegere klasgenote. Maddie vraagt hulp voor haar dochter Becky die door een moeilijke fase in haar leven lijkt te gaan. Zij gedraagt zich vreemd, spijbelt van school, hongert zich uit en leeft erg teruggetrokken. Frieda slaagt erin om het vertrouwen van het kwetsbare en beschadigde meisje te winnen. Uiteindelijk vertelt Becky over een gruwelijke gebeurtenis die haar is overkomen en over het feit dat niemand wil geloven dat die gebeurtenis daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Door het verhaal van Becky wordt Frieda op schokkende wijze geconfronteerd met wat haar drieëntwintig jaar geleden zelf is overkomen. Twee identieke gebeurtenissen die diepe sporen hebben achtergelaten en niemand die er geloof aan hechtte. Zelfs de politie niet. Een paar dagen later is Becky dood. Frieda gelooft niets van de lezing van de politie dat het om een zelfmoord gaat en zij besluit zelf op onderzoek uit te gaan. Daarvoor moet zij terug naar de plek die zij drieëntwintig jaar geleden achter zich heeft gelaten en de confrontatie aangaan met de vriendengroep waar zij toen deel van uitmaakte. Al snel blijkt dat wat toen zo hecht en mooi was niet meer bestaat. Integendeel........

Donderdagskinderen is de vierde thriller Nicci French in de Frieda Klein serie en werd vooraf gegaan door Blauwe maandag, Dinsdag is voorbij en Wachten op woensdag. Hoewel ieder boek een afgerond verhaal bevat, lopen er ook interessante rode draden door de serie. In elk boek wordt weliswaar verwezen naar voorafgaande gebeurtenissen maar als je de serie echt goed wil volgen is het raadzaam bij deel een te beginnen.

Een halfuur later zat ze in de inmiddels vertrouwde achterkamer van een rijtjeshuis in Highgate en keek ze naar het vriendelijke, slimme, ietwat gerimpelde gezicht van haar therapeute, Thelma Scott. Frieda ademde diep in en begon aan het betoog dat ze tijdens de wandeling had voorbereid.
‘Er zijn twee dingen waar ik zelf altijd moeite mee heb in therapie, twee totaal verschillende dingen. Het eerste is beginnen, want eigenlijk wil je niet of denk je dat het niet nodig is; het tweede is eindigen, want je bent eraan verslaafd geraakt of weet eenvoudigweg niet hoe je er een punt achter moet zetten. Je kunt moeilijk zeggen: “Genoeg. Klaar.”’
‘Maar dat is wat je vandaag wilt zeggen, hè?’ vroeg Thelma glimlachend, maar nog steeds ernstig. ‘Dat het klaar is?’
‘Ja.’
‘Hoe ben je tot die conclusie gekomen?’
‘We hebben een reis gemaakt,’ antwoordde Frieda. ‘En ik denk dat die reis op zijn einde loopt. Op een einde. Ik ben je dankbaar. Echt.’
‘Zoals je weet, Frieda, wordt een therapie meestal geleidelijk afgebouwd als een patiënt wil stoppen. Dat kan weken of maanden duren.’
‘Ik hou niet van afscheid nemen. Meestal vertrek ik zonder een woord te zeggen.’
Thelma’s gezicht plooide zich weer tot een glimlach. ‘Als jouw therapeute zou ik het daarover willen hebben. Wacht nou nog even…’
Frieda kon een lach niet onderdrukken. ‘Denk je dat ik me vergis?’ vroeg ze.
Thelma schudde langzaam haar hoofd.
‘Toen je hier voor het eerst kwam – wanneer was dat, anderhalf jaar geleden? – wist ik niet zeker of je baat zou hebben bij therapie. Ik had nog nooit zoiets meegemaakt. Toen je me belde en zei dat je wilde komen, wist ik dat je was aangevallen met bijna fatale gevolgen. Je had duidelijk een ernstig trauma opgelopen en had hulp nodig in wat voor vorm dan ook. Maar vlak voor we zouden beginnen raakte je betrokken bij dat verschrikkelijke voorval waarbij een man omkwam en een goede vriend ernstig gewond raakte. Je vertelde dat je onder het bloed zat en helemaal naar huis was gelopen, een afstand van dertig kilometer.’
‘Het was niet mijn eigen bloed.’
‘Dat zei je toen ook, herinner ik me, en ik heb me eerlijk gezegd afgevraagd of je eigenlijk niet een tijdje moest worden opgenomen.’
‘Ik stond in brand,’ zei Frieda, ‘en wist niet hoe ik mezelf moest blussen.’
Er viel een lange stilte.
‘Het beeld dat je schetst is heel goed, denk ik. Niet dat je in brand stond, hoewel dat vorig jaar misschien wel zo was, maar wat je zei over de reis. Je bent bij een station aangekomen en misschien is het moment aangebroken om uit te stappen.’ Ze zweeg een moment. ‘In elk geval voor een tijdje.’
‘Bedoel je dat het alleen maar een tussenstation is?’

Het valt niet te ontkennen dat Frieda Klein een beetje apart is. Zij leeft alleen, is erg gesloten over zichzelf, over waar ze vandaan komt en over haar familie, wandelt nachtenlang door Londen en heeft een beperkte vriendenkring. Zij is raadselachtig en heeft zonder enige twijfel iets te verbergen. In ieder boek wordt er een tipje van de sluier opgelicht en in Donderdagskinderen is dat mysterieuze verleden ineens de spil waar het verhaal om draait. Door Nicci French knap gedoseerd want als het boek uit is, heb je het gevoel dat er nog meer aan de hand is. Een andere rode draad is de personage van Dean Reeves die in Blauwe maandag een prominente rol speelde. Iedereen is ervan overtuigd dat deze gevaarlijke psychopaat dood is maar de fijngevoelige en scherp analyserende Frieda denkt dat dat wel eens niet het geval zou kunnen zijn. Alleen haar vriend Karlsson , inspecteur van politie, is het met haar eens.

Het verhaal is evenwichtig opgebouwd en kent een aangename, onderhuidse spanning die van begin tot einde aanwezig is. De personages worden kundig en met de nodige diepte uitgewerkt. Sasha, een ex-patiënte van Frieda die een dierbare vriendin is geworden, Josef, de Oekraïense bouwvakker, inspecteur Karlsson die altijd deuren weet te openen die zonder hem gesloten zouden blijven, nicht Chloe en haar soms incompetente moeder Olivia, Reuben, Frieda's supervisor en Sandy, de man met wie Frieda een relatie heeft waarin zij zich niet echt gelukkig voelt.

Er is in het verhaal terecht ook de nodige aandacht voor de levenslange emotionele gevolgen van verkrachting vooral waar het de reactie van de directe omgeving van de slachtoffers betreft. De psychopaat in het verhaal kan niet duidelijker zijn: “Je hoeft het niemand te vertellen, liefje, want geen mens zal je geloven”. Het is een onbeschrijfelijke en stuitende waarheid die helaas te vaak in de dagelijkse realiteit voortkomt. Becky en Frieda weten er alles van; zij hebben beide hun onmetelijke stille verdriet met zich meegedragen.

Nicci French zijn er met Donderdagskinderen in geslaagd opnieuw een uitstekende thriller te schrijven. Een thriller met een uitstekend verhaal, de nodige spanning, interessante personages, een boeiende en overtuigende hoofdpersoon en een mooi open einde voor het vrijdagverhaal.

****

Engelse titel: Thursday's children
Vertaling: Caecile de Hoog en Irving Pardoen
Uitgeverij: Ambo|Anthos - Amsterdam
ISBN: 978 90 414 2552 2

© 2014 Joop Liefaard

Meer berichten over Nicci French

Dinsdag is voorbij

Een maatschappelijk werkster gaat op bezoek bij een onlangs uit een psychiatrische kliniek ontslagen vrouw om te controleren of alles goed met haar gaat. In de woonkamer van deze Michelle Doyce ontdekt zij het naakte, half vergane lichaam van een man. Inspecteur Malcolm Karlsson en zijn team houden zich met de zaak bezig maar staan voor een raadsel. Michelle Doyce kraamt de nodige wartaal uit waar geen touw aan vast te knopen is.

Wachten op woensdag

Als Dora Lennox na een dag op school thuiskomt, vindt zij het levenloze lichaam van haar moeder Ruth. Zij is vermoord en omdat er een paar dingen uit het huis zijn ontvreemd, denkt inspecteur Malcolm Karlsson dat Ruth een inbreker betrapt heeft en daarbij het leven heeft gelaten. Dit spoor loopt echter dood en als Karlsson dieper in het leven van Ruth en haar gezin graaft, ontdekt hij dat Ruth er een geheim leven op na hield. Hij vraagt psychoanalytica Frieda Klein om advies. Frieda lijdt nog aan de gevolgen van een aanslag op haar leven en is alleen bereid Malcolm te helpen omdat de zoon van Ruth bevriend is met haar nichtje Chloë.

Medeplichtig

Medeplichtig begint wanneer de hoofdpersoon van het boek Bonnie Graham zich in het appartement van een van haar vriendinnen bevindt. Het appartement ziet er uit alsof er een worsteling heeft plaatsgevonden en op de vloer ligt het levenloze lichaam van een man. Een normale reactie zou zijn om de politie te bellen maar Bonnie Graham reageert anders. Zij pakt persoonlijke eigendommen in, verwijdert sporen en vingerafdrukken en belt daarna een vriendin en vraagt haar om te helpen bij het weghalen van het lijk.

Nooit vergeten

De Hopkins, bestaande uit vader Felix, moeder Isabel, zoon Johnny en de dochters Mia en Tamsin, vormen een gelukkig gezin. Zij wonen mooi, werken en studeren en er lijkt geen vuilte in de lucht. Als Johnny 18 jaar is vertrekt hij naar Sheffield om er te gaan studeren. Aanvankelijk hebben Isabel en Johnny veel contact met elkaar maar naar verloop van een aantal maanden houdt het contact op. Reacties op telefoontjes en emails blijven uit en Isabel begint zich grote zorgen te maken. Terecht zoals zal blijken want Johnny is verdwenen en heeft geen enkel spoor achter gelaten.

Nicci French

De persoonlijke website van de auteurs.

Click Here to Leave a Comment Below