Tove Alsterdal – Geef me je hand

Geef me je hand

Als Helene zich met haar gezin opmaakt voor het grote vreugdevuur dat in de Walpurgisnacht zal worden ontstoken, bereikt haar het bericht dat haar zuster Charlie dood. Ze is uit haar appartement op de elfde verdieping naar beneden gevallen. De politie is ervan overtuigd dat het om zelfmoord gaat en stopt het onderzoek. Helene wordt achterdochtig als zij aanwijzingen vindt die er op duiden dat Charlie misschien helemaal geen zelfmoord heeft gepleegd en haar vader, een dakloze, verslaafde muzikant, haar vertelt dat hij Charlie op de avond van haar overlijden met een onbekende man heeft gezien. En er zijn vragen. Waarom is Charlie vier weken voor haar dood naar Buenos Aires gereisd? Hield deze reis verband met hun moeder die jaren geleden spoorloos is verdwenen? Helene wil het raadsel ontrafelen en gaat op zoek naar antwoorden.

Geef me je hand is de derde thriller van de Zweedse schrijfster Tove Alsterdal (1960). In een bedachtzame, goed verzorgde stijl schrijft zij een kundig geconstrueerde thriller die zich naarmate het verhaal vordert ontwikkelt tot een boeiende misdaadroman. Gebeurtenissen, gedachten en gevoelens worden overtuigend en aangrijpend beschreven. De personages zijn goed uitgewerkt en spreken tot de verbeelding. De sfeertekeningen in het verhaal zijn beeldend en dat geldt met name voor de gedeelten van het verhaal die zich in Zuid Amerika afspelen. Wat tijdens de dictatuur in Argentinië is gebeurd wordt goed gedocumenteerd en herinnert de lezer er nog een keer aan dat een leven in vrijheid een groot goed is. Alleen al het bezit van een verkeerd boek kon aanleiding zijn om mensen op te pakken en te onderwerpen aan onvoorstelbare gruwelijkheden.

De flats waren even imposant als in haar herinnering, typisch een resultaat van de grote bouwdrift in de jaren zeventig. Een tijd waarin de afstand tussen de huizen bepaald werd door de reikwijdte van de bouwkranen, maar de ronde vormen gaven de gebouwen toch iets menselijks, het was haast een beeldhouwwerk.
Ze liep de helling op, rook vochtige aarde en hondenpoep die bevroren was geweest en weer ontdooid was. De lucht was helder en fris, vermengd met de uitlaatgassen van de Viksjöleden. Ze zoog alles in zich op. Dit was de echte geur van het voorjaar, anders dan in de binnenstad of op het platteland bij Norrtälje, op de een of andere manier scherper en sterker.
Bij de speelplaats, schuin tegen een laag hekje, lag een bosje narcissen. Een verwelkte roos.
Helene hurkte neer, wilde zien of er een briefje bij zat. Ze schaamde zich dat ze niet aan bloemen had gedacht. Legde haar hand op het asfalt, was er een donkerder plek te zien? De gever was anoniem, geen laatste groet. Ze draaide zich om en keek omhoog naar de rij balkons. Telde de verdiepingen, kwam tot elf.
‘Daar is iemand doodgegaan.’ Een jongetje, misschien een jaar of vier, stond met zijn trapauto een paar meter bij haar vandaan. ‘Een mevrouw is omlaag gekukeld.’
Helene wilde iets zeggen, maar wist niet wat.
‘Je mag niet op het balkon,’ zei het jongetje en hij trapte verder.
Terwijl ze op de lift stond te wachten, realiseerde ze zich dat ze hier eerder was geweest. Beneden in de kelder, in een gigantische garage die zich over de gehele lengte van het gebouw uitstrekte. Ze herinnerde zich het nerveuze gevoel toen ze naar binnen slopen, het lage plafond, de dikke betonnen pilaren die het hele gewicht van het enorme gebouw droegen, de eindeloze rijen auto’s. Helene begreep niet goed waarom Charlie haar mee wilde hebben, terwijl ze anders altijd dat stomme kind was aan wie je niets vertelde. Het was een makkie om de garage binnen te komen, Charlie was achter in een overdekte pick-up gesprongen, had zich klein gemaakt zodat ze niet in de achteruitkijkspiegel te zien was, en was mee naar binnen gereden. Daarna had ze de anderen via een zijdeur binnengelaten. Een dak boven hun hoofd, een plek om rond te hangen. In een stoffige auto in een hoek had de groep een paar kussens en dekens verstopt, het slot was opengebroken. Helene had zich afgevraagd of Charlie daar wel eens sliep als ze van huis wegliep. Met de hand op het hart had ze moeten zweren de plek nooit te verraden.

Photo: Annika Marklund

Spannend wordt het verhaal nergens maar het is daarentegen wel heel erg boeiend. Hoewel het bevolkt is met veel personages en het perspectief steeds wisselt, is Geef me je hand dermate kundig in elkaar gezet dat het overzicht altijd behouden blijft. Tove Alsterdal toont hier haar grote talent. De ontknoping van het verhaal is geloofwaardig. Diep in je hart zou je willen dat Helenes verhaal anders zou aflopen maar er is maar een uitkomst bevredigend en dat is de uitkomst die de schrijfster heeft gekozen.

Zweedse titel: Lat mig ta din hand
Vertaling: Wendy Prins
Uitgeverij: Prometheus - Amsterdam
ISBN: 978 90 446 2767 1

© 2015 Joop Liefaard

Prachtig geschreven en overtuigende (misdaad)roman

Klik hier om dit bericht te tweeten

Click Here to Leave a Comment Below

Volg dit blog

Ontvang de laatste berichten in je brievenbus