Ross & Hartman – Doodskopvlinder

Doodskopvlinder

Jan Willem de Brauw, militair attaché van de NAVO verdwijnt spoorloos nadat hij een geheime opdracht op het Griekse eiland Rhodos heeft uitgevoerd; het afleveren van een vlindergids die gecodeerde informatie bevat die, wanneer deze in verkeerde handen valt, desastreuze gevolgen kan hebben voor de wereldvrede. Sir Charles Cavendish, hoofd van Securicor, een kleine veiligheidsdienst binnen de Navo maakt zich grote zorgen.

Carrie (Caressa) Montevagio is gevlucht voor de maffia en leeft ondergedoken in Zeeland. Wanneer een verband wordt ontdekt tussen de verdwijning van de Brauw en de Siciliaanse maffia vraagt Sir Charles Carrie contact te leggen met haar vroegere vriendin Gina Fioretti om zo toegang te krijgen tot een beruchte maffiabaas. Zij vertrekt naar Sicilië om Gina op te sporen en haar partner, special agent Adam Kaplan gaat naar Rhodos om de verdwijning van de militaire attaché te onderzoeken. Voor beiden een gevaarlijke zoektocht in een zeer explosieve omgeving. Zij realiseren zich dat wanneer zij falen een gewapend conflict hiervan het gevolg zal zijn. De tijd dringt.

Doodskopvlinder is het resultaat van een project van Tomas Ross (1944) en Corine Hartman (1964), twee misdaadauteurs die hun sporen in de wereld van het spannende boek ruimschoots hebben verdiend maar ook twee schrijvers die in hun eigen boeken een authentieke stijl hanteren. Tomas Ross geniet grote bekendheid en waardering voor een groot aantal thrillers waarin feiten en fictie kundig met elkaar verweven worden terwijl Corine Hartman een uitstekende reputatie heeft opgebouwd met thrillers die zich kenmerken door hardheid en gruwelijkheid. In Doodskopvlinder is nauwelijks te merken dat twee zo verschillende auteurs aan het boek hebben gewerkt. Het boek ademt een eigen sfeer en toon.

Even later draait hij de Rover voor het eerste huis een inham in. Tussen struiken loopt een paadje omhoog naar het kerkje en naar Paolo’s huis, waarvan de dakpannen blauw oplichten tussen het doffe groen van de olijfbomen. Als hij de motor uitschakelt, zijn tas pakt en uitstapt, is het doodstil op het geklater van water na, alsof ook de laatste inwoners zijn gestorven. Maar hij weet dat ze de vreemde auto allang hebben gezien. Het paadje is met stenen bezaaid. Hij heeft Paolo wel eens gevraagd waarom hij het niet platmaakt zodat de parochianen er gemakkelijker over kunnen lopen, maar de padre is van mening dat de kerkgang moeilijk moet zijn. Het smalle, doornige pad dat naar Gods Heerlijkheid leidt. Maar doornig is het niet; Paolo heeft het water van de bergbeek gedeeltelijk omgeleid zodat er ondanks de hoogte en droge grond een weelde aan prachtige en zeldzame planten bloeit.
Hij steekt het bruggetje over en hoort Paolo’s hond blaffen. Even later holt de zwarte cane corso op hem af. Het grote, lompe beest springt op hem toe en begint kwispelend zijn handen te likken. Lachend duwt Charles hem van zich af.
‘Dank je, Johannes. Genoeg. Basta!’
Paolo heeft de hond naar paus Johannes xxiii genoemd, niet alleen omdat hij die bewondert maar ook omdat het dier eenzelfde vierkante, goedmoedige kop heeft.
‘Ze herkent je nog, Charlie.’
Hoewel Charles kan ruziën en dromen in het Italiaans, spreken ze Engels met elkaar.
‘Paolo.’ Charles kust zelden een man, maar deze vriend is een uitzondering. ‘Je ziet er goed uit.’
Ze houden elkaar vast en Charles is ontroerd. Onvoorstelbaar dat ze beiden inmiddels de zestig zijn gepasseerd. Ze schatten hem soms jonger, maar evengoed is zijn golvende haar zilverwit. Net als Charles is ook Paolo zongebruind, maar het is overduidelijk wie hier de Brit en wie de Italiaan is. Hijzelf de gesoigneerde aristocraat die er in zijn chique zomerkostuum uitziet als een bankier, Paolo Vizzini de gemoedelijke dorpspastoor, genietend van het goede buitenleven. Met handen die nu zegenen maar ooit mensen doodden.
‘Hoe is het met Sarah?’ vraagt Paolo.
‘Goed. Je krijgt de hartelijke groeten. Ik moest je vragen wanneer je eens langskomt op Il Giardino.’
Paolo wuift om zich heen. ‘Wat moet een Siciliaan in Toscane? Ik ben hier in mijn eigen Hof van Eden.’
Charles slaat hem op de schouder. ‘Je weet dat ik je keuze voor God respecteer maar ik heb nooit begrepen hoe jij het zonder een vrouw kunt stellen.’

Doodskopvlinder is heel erg actueel. Het machtsdenken van Poetin, de ontwikkelingen in Turkije en Syrië en de opkomst van het kalifaat van IS met alle gruwelijkheden die daar bij horen spelen een belangrijke rol in het verhaal. Het zijn ontwikkelingen die zich vaak buiten onze waarneming afspelen. We weten niet alles of van alles een beetje maar vermoeden heel veel. Dit leidt tot speculatie en complottheorieën. De grondigheid waarmee Tomas Ross zijn onderwerpen onderzoekt, rechtvaardigt de gedachte dat wat zich in Doodskopvlinder afspeelt dicht bij de waarheid ligt en dat is beangstigend.

Het verhaal is vanaf de proloog boeiend en de spanning wordt evenwichtig opgebouwd. Er zijn interessante plotwendingen, geloofwaardige verrassingen en heel veel actie. De personages overtuigen en zijn herkenbaar. Al deze elementen zijn dermate goed op papier gezet dat Doodskopvlinder zich onderscheidt en uitstijgt boven de middelmaat. Het is een uitermate aangename leeservaring.

Voor de lancering van Doodskopvlinder verschenen er in de pers een aantal negatieve kritieken over het feit dat in het verhaal verwezen wordt naar de tragedie van MH 17, het passagiersvliegtuig dat boven Oekraïne werd neergeschoten wat leidde tot de dood van bijna driehonderd passagiers en bemanningsleden. De schrijvers zouden te weinig rekening hebben gehouden met de gevoelens van de nabestaanden. Deze critici worden gelogenstraft. Ross & Hartman schrijven met gepaste terughoudendheid en veel respect over deze hartverscheurende gebeurtenis.

Tomas Ross en Corine Hartman maken indruk met deze bijzondere en actuele actiethriller. Doodskopvlinder is een geslaagd project van deze twee masters of crime van de Nederlandse misdaadliteratuur en hoewel het verhaal na een zinderende ontknoping geen open einde heeft, biedt het concept genoeg ruimte voor een vervolg.

Uitgeverij: Cargo – Amsterdam
ISBN:
978 90 234 9139 2

© 2015 Joop Liefaard